Eiser ontvangt sinds 2018 een WIA-uitkering op voorschotbasis vanwege wisselende inkomsten als zelfstandige. Na een inkomensmelding in 2023 heeft het UWV de uitkering definitief vastgesteld en geconcludeerd dat eiser over 2022 en 2023 € 15.460,77 te veel voorschot heeft ontvangen, wat teruggevorderd wordt.
Eiser betoogt dat er dringende redenen zijn om van terugvordering af te zien, onder meer vanwege tijdige inkomensmelding, eerdere afzien van terugvordering over 2018-2021, en zijn medische en financiële situatie na een heupoperatie. Het UWV stelt dat terugvordering terecht is en dat er geen dringende redenen zijn.
De rechtbank oordeelt dat het UWV terecht heeft gehandeld, ondanks vertraging in definitieve vaststelling. Het UWV heeft voor 2018-2021 afgezien van terugvordering, maar dit geldt niet voor 2022-2023. Eiser kon niet op terugvordering over 2023 vertrouwen. De medische situatie leidt niet tot volledige of gedeeltelijke kwijtschelding. Het UWV heeft rekening gehouden met persoonlijke omstandigheden door aanpassing van maandelijkse termijnen.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Eiser krijgt geen griffierecht terug en geen proceskostenvergoeding.