Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.Het procesverloop
2.De gronden van verzet en het verweer
De hiervoor genoemde vorderingen zijn niet voldaan en niet is gebleken dat voldoende zekerheid voor betaling van deze vorderingen is gesteld. Het faillissement dient daarom in stand te blijven. Als er wel zekerheid is dat de vorderingen van geopposeerden en de kosten van de curator zullen worden betaald, dan kan het vonnis tot faillietverklaring worden vernietigd.
3.De beoordeling
(ECLI:NL:HR:2015:1473) dient naar de huidige stand van zaken de vraag te worden beantwoord of de hoofdvordering, die aan het verzoek tot faillietverklaring van opposant ten grondslag is gelegd, nog bestaat alsmede of opposant verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen. Deze vraag dient bevestigend te worden beantwoord. Daarbij neemt de rechtbank het navolgende in aanmerking.