Uitspraak
RECHTBANK Oost-Brabant
1.De procedure
- de akte uitlating houdende aanbod bewijs, tevens houdende akte overlegging productie 28, 29 en 30 van [eiser] ,
2.De verdere beoordeling
12 november 2025 voor uitlating contra-enquête aan de zijde van [gedaagde] . [gedaagde] heeft daarvan afgezien. Vervolgens hebben partijen geconcludeerd na enquête.
U houdt mij voor dat ik volgens de zittingsaantekeningen het volgende heb verklaard tijdens de mondelinge behandeling: De heer [gedaagde] had € 35.000,- nodig voor de aanschaf van twee auto’s. Ik heb dat bedrag toen op zijn verzoek naar hem overgemaakt, op het rekeningnummer dat hij aan mij doorgaf. De heer [gedaagde] had beloofd het geld snel terug te betalen. Toen de relatie voorbij was heb ik gevraagd wanneer hij het geld terug ging betalen. Hij suggereerde dat ik het niet terug wilde en daarna zou het een lening zijn.
je wilde niks meer terug die aanhanger moest ook weg.’) kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden afgeleid dat [gedaagde] een verplichting tot terugbetaling op zich heeft genomen. Ook de door [eiser] overgelegde schriftelijke stukken (producties 28, 29 en 30) bieden geen aanvullend bewijs omdat uit geen van deze producties volgt dat tussen [eiser] en [gedaagde] een geldleningsovereenkomst tot stand is gekomen.