Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOBR:2026:2854

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
4 mei 2026
Publicatiedatum
4 mei 2026
Zaaknummer
25/731
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4.23 Invoeringswet OmgevingswetArt. 5:33 AwbArt. 5:39 AwbOmgevingswetInvoeringswet Omgevingswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging invordering maximale dwangsom wegens illegale B&B-exploitatie

Eisers exploiteerden een Bed & Breakfast (B&B) in strijd met het bestemmingsplan in hun kelderruimte. Het college legde hen op 13 juli 2023 een last onder dwangsom op met een maximum van €41.250 om de overtreding te beëindigen. Ondanks eerdere sancties bleven zij de B&B exploiteren.

Het college stelde vast dat eisers de last minstens vijf keer hebben overtreden, onder meer op basis van een overzicht van boekingen via booking.com en meldingen van buurtbewoners. Eisers voerden aan dat de feiten niet deugdelijk en controleerbaar waren vastgesteld en betwistten de betrouwbaarheid van de boekingen en meldingen.

De rechtbank oordeelde dat het overzicht van booking.com voldoende inzicht geeft in de data van verblijven en betalingen, en dat meldingen van buurtbewoners betrouwbaar zijn. De rechtbank concludeerde dat de overtredingen voldoende aannemelijk zijn gemaakt en dat het college terecht het maximale bedrag aan dwangsommen heeft ingevorderd.

Het beroep van eisers is ongegrond verklaard, het bestreden besluit en het invorderingsbesluit blijven in stand. Eisers krijgen geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug. De uitspraak is gedaan door rechter Verhoeven op 6 mei 2026.

Uitkomst: Het beroep tegen de invordering van de maximale dwangsom van €41.250 wegens illegale exploitatie van een B&B wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Bestuursrecht
zaaknummer: SHE 25/731

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 mei 2026 in de zaak tussen

[eiser] , eiser, en [eiseres] , eiseres, uit [woonplaats] ,

hierna: eisers,
(gemachtigde: mr. N.M.C.H. Crooijmans),
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Land van Cuijk

(gemachtigde: mr. A. Verbroekken).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de invordering van verbeurde dwangsommen ter hoogte van € 41.250 wegens overtreding van de aan eisers opgelegde tweede last onder dwangsom van 13 juli 2023. Eisers zijn het niet eens met deze invordering want ze zijn van mening dat er geen dwangsom is verbeurd. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het beroep.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Dat betekent dat het bestreden besluit en het invorderingsbesluit in stand blijven. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Bij besluit van 16 juli 2024 is het college overgegaan tot invordering van € 41.250 aan verbeurde dwangsommen (invorderingsbesluit). Hiertegen hebben eisers rechtsmiddelen aangewend.
2.1.
Bij besluit van 13 februari 2025 (bestreden besluit) heeft het college, onder handhaving van het invorderingsbesluit, de bezwaren van eisers tegen het invorderingsbesluit ongegrond verklaard. Eisers hebben hiertegen beroep ingesteld.
2.2.
Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 26 maart 2026 op zitting behandeld. Partijen zijn, met bericht, niet verschenen.

Feiten en omstandigheden

3. De rechtbank gaat bij de beoordeling van het beroep uit van de volgende relevante feiten en omstandigheden.
3.1.
Op 8 maart 2022 heeft het college van de bewoners van [adres] , te [woonplaats] een handhavingsverzoek ontvangen vanwege het gebruik van een gedeelte van de kelder van de [adres] te [woonplaats] als Bed & Breakfast (B&B).
3.2.
Bij besluit van 23 mei 2022 heeft het college aan eisers een last onder dwangsom opgelegd vanwege het met het bestemmingsplan strijdige gebruik van een deel van hun kelder in hun woning aan de [adres] , te [woonplaats] (het perceel), voor recreatief nachtverblijf/B&B. Op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.650 per geconstateerde overtreding, met een maximum van € 9.900, dienden eisers na 10 juli 2022 de verhuur van de kelder voor recreatief nachtverblijf te beëindigen en beëindigd te houden. Bij uitspraak van deze rechtbank van 12 mei 2023 [1] is het beroep van eisers tegen de opgelegde last ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak zijn geen rechtsmiddelen aangewend.
3.3.
In een eerder invorderingsbesluit van 3 augustus 2023 is het college overgegaan tot invordering van de maximaal verbeurde dwangsom van € 9.900. Bij besluit op bezwaar van 17 januari 2024 (1) is het college bij dit besluit gebleven.
3.4.
Inmiddels had het college bij besluit van 13 juli 2023 een nieuwe last onder dwangsom aan eisers opgelegd, vanwege het zonder omgevingsvergunning en in strijd met de toepasselijke bestemmingsplannen [2] gebruiken van een deel van de kelder van hun perceel voor recreatief nachtverblijf/B&B. Op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 8.250 per geconstateerde overtreding, met een maximum van € 41.250, dienden eisers per 14 juli 2023 de overtreding te beëindigen en beëindigd te houden door het perceel op geen enkele andere wijze te gebruiken dan de daarop rustende woonbestemming. Bij afzonderlijk besluit op bezwaar van 17 januari 2024 (2) is het college bij dit besluit gebleven.
3.5.
Eisers zijn in beroep gegaan tegen de besluiten op bezwaar van 17 januari 2024. Hangende die beroepen heeft het college op 16 juli 2024 het huidige invorderingsbesluit genomen, waarbij het college is overgegaan tot invordering van het maximum van € 41.250 aan verbeurde dwangsommen.
3.6.
De rechtbank heeft in haar uitspraak van 6 december 2024 [3] het beroep van eisers tegen de besluiten van 17 januari 2024 ongegrond verklaard en het beroepschrift voor zover gericht tegen het invorderingsbesluit van 16 juli 2024 doorverwezen naar het college ter behandeling als bezwaarschrift. [4]

Beoordeling door de rechtbank

Toetsingskader
4. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet (Ow) en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Als vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Ow een overtreding heeft plaatsgevonden, is aangevangen of het gevaar voor een overtreding klaarblijkelijk dreigde, en vóór dat tijdstip een last onder dwangsom is opgelegd voor die overtreding of dreigende overtreding, blijft op grond van artikel 4.23, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet op de opgelegde last onder dwangsom het recht van toepassing zoals dat gold onmiddellijk vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Ow tot het tijdstip waarop de last volledig is uitgevoerd, de dwangsom volledig is verbeurd en betaald, of de last is opgeheven.
4.1.
Hoewel uit artikel 4.23, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet niet expliciet volgt dat deze bepaling ook ziet op een naar aanleiding van een opgelegd sanctiebesluit later genomen invorderingsbesluit, gaat de rechtbank ervan uit dat de wetgever dit wel heeft bedoeld. Deze uitleg past naar het oordeel van de rechtbank bij de eerbiedigende werking voor lopende procedures die de wetgever aan het overgangsrecht ten grondslag heeft gelegd.
4.2.
In het besluit van 13 juli 2023 heeft het college aan eisers een last onder dwangsom opgelegd. Dat betekent dat in dit geval de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), zoals die gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft op de last onder dwangsom. Datzelfde geldt, gelet op de hiervoor weergegeven uitleg van artikel 4.23, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet, voor het hier bestreden besluit, het invorderingsbesluit van 16 juli 2024.
Bespreking beroepsgronden
5. Eisers voeren aan dat de relevante feiten en omstandigheden niet deugdelijk en controleerbaar zijn vastgesteld, zodat er geen grondslag is om over te gaan tot invordering. Ten onrechte wordt in het bestreden besluit geconcludeerd dat eisers de last van 13 juli 2023 hebben overtreden. Uit de onderliggende rapportage [5] blijkt onvoldoende dat sprake was van deugdelijke en controleerbare controles door een daartoe bevoegd toezichthouder. Daarnaast is onduidelijk door welke buurtbewoners of adressen de diverse meldingen zouden zijn gemaakt en zij zijn ook niet ter zake deskundig. Ook zijn verschillende foto’s bij de rapportages onduidelijk. Het enkele feit dat er auto’s bij en rondom de woningen van eisers worden geconstateerd zegt niets, nu eisers hebben een groot, samengesteld gezin hebben. De reviews op booking.com zeggen niets over de datum van overtreding van de last, en daarmaast hebben ook vrienden en kennissen recensies achtergelaten.
5.1.
Het college stelt zich in het bestreden besluit op het standpunt dat de last 22 keer, en dus minstens vijf keer, is overtreden, wat betekent dat de volledige dwangsom is verbeurd. Uit het in het dossier opgenomen overzicht van boekingen bij booking.com blijkt namelijk dat in de periode van 14 juli 2023 tot 25 juni 2024, 22 keer een verblijf in de B&B is geboekt, waarvoor een bedrag in rekening is gebracht. Met deze 22 boekingen is voldoende aannemelijk geworden dat eisers de last in de periode van 14 juli 2023 tot 25 juni 2024 hebben overtreden, en wel 22 keer, zodat de maximale dwangsom ruimschoots is verbeurd.
5.2.
De rechtbank stelt voorop dat aan een invorderingsbesluit een deugdelijke en controleerbare vaststelling van relevante feiten en omstandigheden ten grondslag dient te liggen. Het college heeft ter staving van zijn standpunt dat eisers de volledige dwangsom hebben verbeurd onder meer een overzicht van boekingen via booking.com verstrekt. Hierop is te zien dat de boekingen worden gedaan voor de B&B van eisers. Verder staat hierbij per boeking vermeld wanneer de in- en uitcheckdatum van het verblijf was en op welke datum is betaald. Als de boeking is geannuleerd door ofwel de gast, ofwel de B&B zelf, dan staat dat apart vermeld. Ook zijn de prijzen die in rekening worden gebracht weergegeven en de daarbij behorende commissie die booking.com in rekening brengt.
5.3.
Uit het door booking.com verstrekte overzicht blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat op de volgende data na 13 juli 2023 nog altijd boekingen voor, en verblijven in, eisers B&B plaatsvonden die niet zijn geannuleerd in strijd met de daarop rustende woonbestemming. Het betreft de data:
Check-in datum
Check-out datum
Prijs
Betaald op [6]
24 september 2023
25 september 2023
€ 109,50
19 september 2023, 17:17 uur
10 juni 2024
11 juni 2024
€ 114
8 juni 2024, 02:00 uur
23 februari 2024
25 februari 2024
€ 222
6 februari 2024, 21:47 uur
11 juni 2024
12 juni 2024
€ 125
10 juni 2024, 11:49 uur
26 mei 2024
30 mei 2024
€ 455
17 januari 2024, 21:33 uur
20 juni 2024
21 juni 2024
€ 119
18 juni 2024, 18:51 uur
2 januari 2024
3 januari 2024
€ 125
2 januari 2024, 01:5 uur
31 maart 2024
2 april 2024 (Pasen)
€ 231
22 maart 2024, 01:00 uur
14 mei 2024
17 mei 2024
€ 345
5 mei 2024, 12:05 uur
26 september 2023
27 september 2023
€ 109,50
24 september 2023, 00:26 uur
22 juni 2024
23 juni 2024
€ 114
15 februari 2024, 20:51 uur
13 juli 2024
15 juli 2024
€ 231
18 maart 2024, 17:37 uur
12 mei 2024
13 mei 2024
€ 125
8 mei 2024, 20:09 uur
3 april 2024
4 april 2024
€ 114
3 april 2024, 10:46 uur
28 juli 2023
30 juli 2023
€ 231
1 mei 2023, 21:14 uur
13 september 2023
14 september 2023
€ 109,50
22 maart 2023, 09:47 uur
2 februari 2024
4 februari 2024
€ 213
14 november 2023, 19:04 uur
2 mei 2024
3 mei 2024
€ 135
1 mei 2024, 16:46 uur
30 mei 2024
31 mei 2024
€ 114
27 mei 2024, 21:12 uur
21 september 2023
22 september 2023
€ 109,50
4 september 2023, 22:51 uur
20 februari 2024
21 februari 2024
€ 118,50
21 februari 2024, 01:00 uur
13 juni 2024
14 juni 2024
€ 175
11 juni 2024, 23:36 uur
24 maart 2024
28 maart 2024
€ 625
10 maart 2024, 22:52 uur
19 december 2023
21 december 2023
€ 315
14 december 2024, 22:24 uur
29 januari 2024
1 februari 2024
€ 475
3 januari 2024, 01:00 uur
5.4.
De rechtbank stelt ook vast dat minstens vier boekingsdata van booking.com, te weten 22 en 24 september 2023, 31 maart 2024 en 3 mei 2024 overeenkomen met geregistreerde meldingen van buurtbewoners [7] dat er gasten in de B&B verblijven. Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende duidelijk door wie de meldingen zijn gedaan, namelijk door buurtbewoners uit de directe omgeving van eisers, die in de rapportage [8] met voor- en achternaam worden vermeld. Daarnaast wordt van één van de twee melders in datzelfde overzicht bij een eerdere datum [9] ook het adres van die melder vermeld. Met de hiervoor genoemde vier meldingen van buurtbewoners in combinatie met de corresponderende geregistreerde data via booking.com heeft het college naar het oordeel van de rechtbank aangetoond dat eisers de last in ieder geval op 22 en 24 september 2023, 31 maart 2024 en 3 mei 2024 hebben overtreden.
5.5.
Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat met het overzicht van booking.com op deugdelijke en controleerbare wijze voldoende aannemelijk is geworden dat eisers op ten minste vijf van de data in de hiervoor weergegeven tabel, de last van 13 juli 2023 hebben overtreden. Het betreft hier de vraag of er in de periode vanaf 14 juli 2023 al dan niet (niet geannuleerde) boekingen zijn verricht ten behoeve van de B&B van eisers die hebben geleid tot een verblijf in hun B&B. Met de gegevens van booking.com is naar het oordeel van de rechtbank op inzichtelijke wijze vastgelegd wanneer er is in- en uitgecheckt in de B&B van eisers en voor welk bedrag, en wordt hiermee voldaan aan de vereisten die de rechtspraak [10] daaraan stelt. Aan het ontbreken van een ondertekening en van een datum van de begeleidende brief, gaat de rechtbank voorbij, nu zij geen aanleiding ziet om eraan te twijfelen dat deze gegevens daadwerkelijk door booking.com zijn verstrekt. De rechtbank ziet ook geen aanleiding te twijfelen aan de juistheid van de verstrekte gegevens. Het college heeft met verwijzing naar het enkele overzicht voldoende aangetoond dat sprake is van meer dan vijf overtredingen van de last van 13 juli 2023. Met vijf geconstateerde overtredingen zijn dwangsommen van rechtswege [11] verbeurd tot het maximum. Het college heeft zich dus terecht op het standpunt gesteld dat het maximum van € 41.250 aan dwangsommen is verbeurd.
5.6.
Gelet op het bovenstaande oordeel behoeven de gronden van eisers tegen de overige bewijsstukken die ten grondslag zijn gelegd aan het invorderingsbesluit geen bespreking meer.
5.7.
Aan het belang van invordering moet een zwaarwegend gewicht worden toegekend. Een adequate handhaving vergt dat opgelegde herstelsancties ook worden geëffectueerd. Een andere opvatting zou afdoen aan het gezag dat uit moet gaan van een besluit tot oplegging van een last onder dwangsom. Het college is dus in beginsel gehouden om de verbeurde dwangsommen in te vorderen. Slechts onder bijzondere omstandigheden kan geheel of gedeeltelijk van invordering worden afgezien. Dergelijke bijzondere omstandigheden zijn in dit geval niet gesteld noch gebleken.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit en het daaraan voorafgegane invorderingsbesluit van 16 juli 2024 in stand blijven. Eisers krijgen daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgen ook geen vergoeding van hun proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.H.M. Verhoeven, rechter, in aanwezigheid van mr. S.H. Snoeij, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 6 mei 2026.
mr. M.J.H.M. Verhoeven, rechter,
is verhinderd om deze uitspraak te
ondertekenen.
griffier
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Gepubliceerd op www.rechtspraak.nl onder ECLI:NL:RBOBR:2023:2214
2.De bestemmingsplannen 'Cuijk, Heeswijkse Kampen 2014' en 'Kamerbewoning in woningen'
3.Met de zaaknummers SHE 24/1520 en SHE 24/1534, ECLI:NL:RBOBR:2024:6137. Tegen deze uitspraak is door eisers hoger beroep ingesteld.
4.Met toepassing van artikel 5:39, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
5.Rapportage vaststellen overtreding last onder dwangsom d.d. 13 juli 2023 [naam] [adres] [woonplaats] .
6.zie productie 15 voor het volledige overzicht, inclusief de commissie van booking.com.
7.Als neergelegd in de ‘Rapportage vaststellen overtreding last onder dwangsom d.d. 13 juli 2023 [naam] [adres] [woonplaats] ’.
8.Voormelde rapportage van 13 juli 2023.
9.Namelijk de eerdere datum 18 juli 2023.
10.ECLI:NL:RVS:2024:2594, rechtsoverweging 8.2.
11.op grond van artikel 5:33 van Pro de Awb.