Uitspraak
1.[eiser 1] ,
2.
[eiser 2],
3.
[eiser 3],
1.De procedure
- de conclusie van antwoord zonder producties,
- de brief van de rechtbank met bericht dat een mondelinge behandeling is bepaald,
2 april 2026 vonnis te wijzen. Wegens organisatorische omstandigheden is de datum van het vonnis nader bepaald op vandaag.
2.De feiten
De Rummeling direct in de Sterkselse Aa, die al dat water niet aankon. Het omliggende land, waaronder de percelen van [eisers] , is op 2 juni 2026 overstroomd (geïnundeerd). Door de lange inundatietijd is de snijmais van [eisers] verloren gegaan.
3.Het geschil
Beide deskundigen zijn door de rechtbank als onafhankelijke gerechtelijke deskundigen benoemd.
4.De beoordeling
De Rummeling onjuist inzetten door de uitlaat van de waterberging niet geheel te sluiten - kan strijd opleveren met wat maatschappelijk betamelijk is, als wordt geoordeeld dat het waterschap niet in redelijkheid de afweging kon maken om de schuif van de waterberging open te laten.
De argumentatie van het waterschap om de schuif van de waterberging niet dicht te zetten, vindt [eisers] onnavolgbaar; zij vergelijkt deze met het niet aanzetten van een airbag ‘want er kan nog een botsing komen’.
De Rummeling een uitstekend middel om wateroverlast te voorkomen. Hiervan heeft het waterschap geen gebruik gemaakt. Het wel of niet sluiten van de schuif heeft veel invloed, namelijk 50 of 60 kuub water wel of niet bergen. Na 2016 is geen wateroverlast meer geweest: dit komt door het beter vegen van de Sterkselse Aa ((maai)onderhoud) en door goed gebruik te maken van de waterberging, waarvan de schuif nu elektrisch bedienbaar is, aldus [eisers] .
“Akkerpercelen worden niet meegenomen in de belangenafweging, er wordt niet gekeken naar omliggende percelen. De norm is: bescherming van het dorp Sterksel”en “
Menselijk is de beslissing gemaakt met de focus op Sterksel: dat is het enige leidende argument geweest”.
Bescherming van bebouwd gebied tegen overstroming dient inderdaad het algemeen belang en dat de focus van het calamiteitenteam van het waterschap daarop was gericht, acht de kantonrechter in lijn met zorgvuldig waterbeheer c.q. rampenbeperking.
1 juni 2016 het regenwater, ondanks de kierstand van de schuif, nog kon bergen en dat het waterschap, als het destijds had besloten de schuif dicht te zetten, een extra 50 of 60 kuub water in De Rummeling had kunnen bergen.
“Geen verplichting tot schadevergoeding bestaat, wanneer de geschonden norm niet strekt tot bescherming tegen de schade zoals de benadeelde die heeft geleden”.
lijktte hebben gehad op de lokale waterstanden.
De Rummeling op 2 juni 2016 haar omliggende percelen zijn overstroomd, waarbij schade ontstond. Hierbij overweegt de kantonrechter het volgende
31 mei tot en met 2 juni 2016 is tussen partijen niet in geschil. Hetzelfde geldt voor de omstandigheid dat de Sterkselse Aa al dat extra regenwater niet kon verwerken, (mede) omdat door de sterke begroeiing de stroming (vrijwel) stil was gevallen.
De kantonrechter oordeelt, bij gebrek aan een gedegen onderbouwde betwisting door het waterschap, dat dit het geval is. De gevorderde deskundigenkosten zijn dus toewijsbaar.
5.De beslissing
30 april 2026.