Uitspraak
RECHTBANK Oost-Brabant
1.STICHTING MÁXIMA MEDISCH CENTRUM,
2.
ONDERLINGE WAARBORGMAATSCHAPPIJ VOOR INSTELLINGEN IN DE GEZONDHEIDSZORG MEDIRISK B.A.,
1.De zaak in het kort
2.procedure
3.De feiten
4.Het verzoek en het verweer
5.De beoordeling
“(…) Het centrale punt was bij haar vooral leerbaarheid. Zij kon moeilijk omgaan met kritiek. Ze deed daar ook niet veel mee. Zij was wel eager om zaken te doen en dan bedoel ik met name chirurgisch handelen ook als ze er nog niet klaar voor was. Ze wilde wel, maar was daar nog niet klaar voor. (…) Het is voor een arts in opleiding de bedoeling dat deze in het portfolio feedback verzamelt. [verzoeksters] deed dat beperkt. Te weinig en had problemen met de feedback die ze kreeg. (…)
bij alle leden van de maatschap rondvraag gedaan en hen gevraagd of zij [verzoeksters] geschikt of ongeschikt achtte voor de opleiding chirurgie. Unaniem is toen binnen de maatschap besloten dat zij ongeschikt was. (…)”
“Ik zeg u dat de onderbreking door een zwangerschapverlof daar geen goed aan doet. Het ging met horten en stoten want je moet na terugkeer alles weer oppakken.”[verzoeksters] heeft evenwel te weinig aangevoerd om te kunnen concluderen dat zij op de zwangerschappen ten onrechte is “afgerekend’ zoals zij lijkt te willen stellen. Ook ontbreken (medische) gegevens van [verzoeksters] op grond waarvan geoordeeld zou kunnen worden dat het mindere functioneren uitsluitend in en na de perioden van zwangerschap en als gevolg daarvan aan de orde was en dat zonder zwangerschap de hierboven aangehaalde kritiek niet aan de orde was.