ECLI:NL:RBOBR:2026:1904
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- T. Kraniotis
- F. van Buchem
- S. van den Akker
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs mensenhandel met minderjarige straatmuzikanten
De rechtbank Oost-Brabant behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van mensenhandel door haar minderjarige dochters als straatmuzikanten te laten optreden met het oogmerk van uitbuiting en het trekken van voordeel uit die uitbuiting.
De tenlastelegging betrof het laten optreden van de kinderen op straat in diverse Nederlandse steden tussen juli en november 2022, waarbij werd gesteld dat dit onder omstandigheden verboden was en de kinderen mogelijk werden uitgebuit. Diverse politieconstateringen en verklaringen van verdachte en haar dochters werden onderzocht.
De rechtbank oordeelde dat hoewel het laten optreden van minderjarigen als straatmuzikanten onder omstandigheden tot een bewezenverklaring van mensenhandel kan leiden, de feiten en omstandigheden in deze zaak onvoldoende waren om dat oordeel te dragen. Er was onvoldoende informatie over de duur en omstandigheden van de optredens, de mate van beperking van de vrijheid van de kinderen, en of hun schoolgang werd belemmerd.
De rechtbank vond de omstandigheden mogelijk ongunstig voor de kinderen, maar onvoldoende om uitbuiting aan te nemen. Daarom sprak zij verdachte vrij van de tenlastelegging. Tevens werd het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven en werd het inbeslaggenomen geld aan verdachte teruggegeven.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van mensenhandel met minderjarige straatmuzikanten.