Eiseres, een stichting voor basisonderwijs, betwist de vastgestelde WOZ-waarden van elf onderwijsgebouwen die door de heffingsambtenaar zijn vastgesteld op basis van gecorrigeerde vervangingswaarde. Het geschil spitst zich toe op de restwaardepercentages en de verlengde levensduur van enkele objecten.
De heffingsambtenaar baseert zijn taxaties op de taxatiewijzers van de VNG en onderbouwt de restwaardepercentages met marktgegevens van vier transacties. Eiseres verwerpt de taxatiewijzers, maar heeft de onderliggende eigen taxatiewijzers niet overgelegd, waardoor haar taxaties onvoldoende inzichtelijk zijn. Bovendien heeft zij haar betwisting van de restwaardepercentages pas op de zitting ingebracht, wat in strijd is met de goede procesorde.
De rechtbank stelt vast dat de heffingsambtenaar voldoende feiten heeft gesteld om de verlengde levensduur van bepaalde gebouwdelen te onderbouwen, terwijl de ontkenning van eiseres onvoldoende is om twijfel te zaaien. Voor enkele objecten is geen geschil meer over de levensduur. De beroepen van eiseres worden ongegrond verklaard en de vastgestelde WOZ-waarden blijven gehandhaafd.