ECLI:NL:RBOBR:2026:1620
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening dagloon wegens geen loonloos tijdvak
Eiser verzocht het UWV om herziening van zijn dagloon, omdat hij meent dat de berekening onjuist is en leidt tot een lagere uitkering dan waar hij recht op heeft. Hij baseert zich op een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) waarin werd geoordeeld dat een achteraf betaalde WW-uitkering moet worden meegenomen bij de dagloonberekening als dit leidt tot een loonloos tijdvak.
Het UWV wees het verzoek af omdat in de situatie van eiser geen loonloos tijdvak aanwezig is, mede doordat hij een nabetaling van vakantiedagen ontving binnen de referteperiode. De rechtbank bevestigt dit standpunt en stelt dat de CRvB-uitspraak alleen ziet op gevallen met een daadwerkelijk loonloos tijdvak, waarbij geen enkel loon is ontvangen.
De rechtbank overweegt dat het Dagloonbesluit een gebonden bevoegdheid betreft en dat de wetgever bij het vaststellen van dit besluit al een belangenafweging heeft gemaakt. Alleen bijzondere omstandigheden kunnen leiden tot een afwijking, maar de persoonlijke financiële situatie van eiser en de nabetaling vormen geen bijzondere omstandigheden.
Daarom is het beroep ongegrond en blijft het UWV-besluit in stand. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding en het griffierecht wordt niet teruggegeven.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het UWV-besluit tot niet-herziening van het dagloon wordt ongegrond verklaard.