Uitspraak
RECHTBANK Oost-Brabant
1.JEUGDBESCHERMING BRABANT,
DE STAAT DER NEDERLANDEN, MINISTERIE VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID, RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING,
advocaat: mr. G.J. Harryvan,
VEILIG THUIS OOST-BRABANT,
1.Inleiding en samenvatting
2.De procedure
- de conclusie van antwoord van JBB, met producties 1 tot en met 3,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
3.De feiten
- het afsteken van vuurwerk
- het niet bij zich hebben van een identiteitskaart
- mishandeling van [B] en haar vriend (op 20 april 2020, zie hiervoor 3.6)
- het bij zich dragen van een mes (op 7 januari 2021)
4.Het geschil
5.De beoordeling
- onrechtmatigheid (inbreuk op een recht, strijd met wettelijke plicht, of strijd met maatschappelijk betamelijke zorgvuldigheid),
- toerekenbaarheid (krachtens schuld, wet of verkeersopvattingen),
- schade (materiële of immateriële),
- causaliteit (het verband tussen de oorzaak (de onrechtmatige handeling) en het gevolg van de schade) en
- relativiteit (de geschonden norm moet strekken tot bescherming tegen de schade).
allevereisten is voldaan, is er aansprakelijkheid op grond van artikel 6:162 BW Pro. Dat betekent dat wanneer het aan een van deze vereisten schort, de door [eiser] gevorderde verklaring voor recht niet kan worden afgegeven.
- Veilig Thuis heeft verzuimd om meldingen van bedreigende situaties adequaat op te volgen.
- Veilig Thuis heeft [eiser] niet op de hoogte gesteld van de melding van 12 maart 2019. Als [eiser] dat had geweten, had hij kunnen ingrijpen door [naam zoon] in huis te nemen. [eiser] wordt hier pas op 11 april 2020 mee bekend.
- Veilig Thuis waarborgde de eigen opgelegde veiligheidsregels (dat [B] niet in huis mocht zijn als [naam zoon] daar was en dat moeder niet zou drinken) niet. Daardoor raakte [naam zoon] in een incident betrokken met alle gevolgen van dien.
- [eiser] nooit geïnformeerd over driemaandelijkse controles van de veiligheidsregels.
- zelfs [naam zoon] wees Veilig Thuis erop dat die niks deed.
- pas bijna een maand na 2 mei 2021 (als Veilig Thuis een melding van de politie ontvangt dat zij is uitgerukt omdat [B] thuis is) zegt Veilig Thuis een raadsonderzoek te zullen verzoeken. Dat doet ze dan pas een maand later. Dat is te laat: dat had meteen na 2 mei 2021 moeten gebeuren.
- Veilig Thuis heeft de Richtlijn jeugdhulp en jeugdbescherming geschonden, waarbij [eiser] zich op dezelfde bepalingen beroept als hij ten aanzien van de Raad heeft gedaan.
- Veilig Thuis heeft klachten van [naam zoon] ook na noodkreten nooit serieus genomen.
- Veilig Thuis heeft fouten erkend, in brief van 29 maart 2023
- Veilig Thuis heeft haar taken op grond van de artikelen 4.1.1. lid 2 en 4.1.2. WMO overtreden, door pas na vier jaar passende maatregelen te nemen.
- Veilig Thuis heeft artikel 7.3 van het eigen handelingsprotocol overschreden (Veilig Thuis is verantwoordelijk voor het zicht op veiligheid zodra het kennis heeft genomen van het spoedeisend karakter van een melding. In alle andere gevallen draagt Veilig Thuis die verantwoordelijkheid vanaf het moment dat de veiligheidsbeoordeling heeft plaatsgevonden. Veilig Thuis is in ieder geval verantwoordelijk voor het zicht op veiligheid op de 6de werkdag na binnenkomst).
- de organisatie van Veilig Thuis liet te wensen over. Er waren veel personeelswisselingen.
- de aard van de normschending (het bieden van bescherming) brengt mee dat de schade voldoende aannemelijk is en dat de causaliteit vast staat.
- Veilig Thuis is voor het eerst bij [naam zoon] betrokken in maart 2019, naar aanleiding van een handgemeen tussen moeder en [B] , waar ook [naam zoon] bij betrokken raakte. Veilig Thuis deed een veiligheidstaxatie. De politie schatte in dat het een eenmalig ernstig incident betrof, veroorzaakt door de combinatie van medicatie en alcoholmisbruik van [B] . [B] had een intake bij Reinier van Arkel. Veilig Thuis besloot de melding door te zetten naar het Sociaal Wijk Team (SWT), en droeg het dossier op 25 maart 2019 aan hen over, waarmee de bemoeienis van Veilig Thuis eindigde. Op 26 maart 2019 kreeg Veilig Thuis een terugkoppeling van SWT dat de rust was wedergekeerd.
- Op 11 april 2020 ontving Veilig Thuis een melding van politie naar aanleiding van een ruzie tussen [naam zoon] en [B] . Toen is ook weer een veiligheidstaxatie uitgevoerd. In een multidisciplinair overleg werd gekozen voor overdracht naar Farent sociaal werk (jongerenwerk) voor hulp aan [naam zoon] .
- Op 20 april 2020 ontving Veilig Thuis een nieuwe zorgmelding van de politie naar aanleiding van de vechtpartij tussen [naam zoon] , [B] en haar vriend. Veilig Thuis deed opnieuw een veiligheidstaxatie. Farent bleek toch niet de geëigende instantie te zijn, en Veilig Thuis droeg de zaak over naar KOO, die [naam zoon] aanmeldde bij Toegang en regie Jeugd van de gemeente. Die schakelde het SWT in en nam de regie en verantwoordelijkheid voor het zicht op het veiligheidsplan en de veiligheid in het gezin op zich. Bij brief van 30 april 2020 heeft Veilig Thuis [eiser] bericht dat haar actieve betrokkenheid eindigde.
- [eiser] heeft op die brief gereageerd per e-mail. Veilig Thuis heeft op die e-mail gereageerd met onder meer het volgende:
- de gemeente liet vervolgens weten dat er nog wel ruzies waren, maar dat die niet meer uit de hand liepen. Veilig Thuis had in de periode van 20 mei 2020 tot 21 mei 2021 enkele keren contact met [B] en moeder. [naam zoon] hield de boot af en vond dat Veilig Thuis bij zijn ouders moest zijn.
- volgens het rapport van de Raad van 7 juli 2020 werden de door Veilig Thuis gestelde veiligheidsvoorwaarden inmiddels goed nageleefd.
- op 2 mei 2021 ontving Veilig Thuis een nieuwe zorgmelding van de politie toen [B] het huis van [A] betrad terwijl [naam zoon] daar was. Toen is weer een nieuwe veiligheidstaxatie uitgevoerd en werd besloten de route via het KOO te laten vallen en de Raad in te schakelen. De Raad kon akkoord gaan met een verkorte route (buiten de beschermtafel om) als ouders daarmee instemden. Op 27 mei 2021 liet Veilig Thuis aan de ouders weten dat een raadsonderzoek werd aangevraagd. Dat gebeurde mede vanwege een vakantieperiode van de betrokken medewerker van Veilig Thuis uiteindelijk op 28 juni 2021.
- de meldingen van [eiser] van 2 juli en 9 september 2021 zijn doorgeleid naar de Raad.
- op 19 september vroeg [eiser] advies over suïcidale uitspraken van [naam zoon] . Veilig Thuis liet [eiser] weten dat de huisarts de uitspraken moest inschatten. [eiser] was zelf in staat die in te schakelen.
- na het meerderjarig worden van [naam zoon] is een nieuwe veiligheidstaxatie uitgevoerd. Veilig Thuis besloot vervolgstappen te zetten, maar [naam zoon] wilde niet in gesprek. Daarom werd besloten de zorgmelding te sluiten. Daarna zijn er nog allerlei incidenten geweest, Veilig Thuis heeft daar steeds onderzoek naar gedaan, maar stuitte op onwil van [naam zoon] .
- Veilig Thuis stelt dat zij beleidsvrijheid en beoordelingsvrijheid heeft
- over het niet inlichten van [eiser] over het incident van 12 maart 2019 stelt Veilig Thuis dat in het handelingsprotocol is opgenomen dat een casus zonder direct contact met de direct betrokkenen kan worden overgedragen aan de lokale teams. Dat is hier gebeurd.
- als er al een norm is geschonden, is er geen causaal verband. Het is ook niet aannemelijk dat [eiser] [naam zoon] dan in huis zou hebben genomen: met [naam zoon] was frictie en [eiser] zei in april 2020 zelf nog dat [naam zoon] rust moest nemen en naar zijn moeder ging.
- kennelijk wist [eiser] overal van, omdat die zelf schreef dat het sinds 2014 achteruitging met [naam zoon] door de “1000-en conflicten”, en hij desondanks [naam zoon] niet in huis nam. [eiser] was bovendien zelf degene die [naam zoon] had blootgesteld aan de door hem gestelde gevaarlijke en traumatiserende situaties, omdat hij huiselijk geweld had gepleegd tegen moeder.
- Veilig Thuis heeft geen dwangmiddelen om gemaakte afspraken af te dwingen. Het opleggen van een huisverbod aan [B] was niet logisch: zij had haar sleutel al afgegeven en had hulp bij Reinier van Arkel. De verantwoordelijkheid voor de veiligheid lag vanaf 30 april 2020 bij het SWT en niet meer bij Veilig Thuis.
- [eiser] komt geen beroep toe op de omkeringsregel, want er is geen norm geschonden die strekt tot bescherming van een specifiek gevaar.
- Veilig Thuis heeft geen aansprakelijkheid erkend: de betreffende medewerker heeft slechts empathie geuit.
- Veilig Thuis heeft haar verplichtingen uit de WMO niet geschonden: na iedere melding is een veiligheidstaxatie uitgevoerd en Veilig Thuis heeft daarnaar gehandeld. De WMO verplicht slechts tot het op de hoogte houden van de melder en dat was [eiser] niet. Dat laat onverlet dat veel met [eiser] is gesproken over de stappen die werden ondernomen.
- de meldingen van [eiser] waren steeds een herhaling of aanvulling van eerdere zorgen, waarvoor trajecten liepen. Veilig Thuis voegde die toe aan het dossier.
- de verantwoordelijkheid van Veilig Thuis eindigt op het moment dat er vervolgstappen worden gezet.
- het is niet waar dat [eiser] steeds een nieuwe contactpersoon kreeg. In de periode waarover het hier gaat, had [eiser] contact met mevrouw [C] : zij onderhield het contact met [eiser] als hoofdbehandelaar.
- een psychisch onbehagen is geen reden voor schadevergoeding.
- voor schade die veroorzaakt door de “psychische teloorgang” van [naam zoon] geldt de regeling van 6:107 BW en [eiser] heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij schade heeft geleden die binnen de dwingendrechtelijke kaders van art. 6:107 lid 1 onder Pro a BW valt.
- voor de gestelde materiële schade is geen begin van een deugdelijke onderbouwing gegeven. [eiser] maakt ook niet concreet welke concrete normschendingen door Veilig Thuis maakten dat hij niet meer kon werken.
- er is geen causaal verband: er waren al eerdere meldingen over het geweld in het gezin van [eiser] en moeder. Bovendien zegt [eiser] zelf dat de problemen van [naam zoon] deels aangeboren zijn en te maken kunnen hebben met het American Football dat hij speelde en het stunten op een fiets door [naam zoon] . Als dat zo is, ligt de oorzaak voor de problemen van [naam zoon] dus dieper en vindt die zijn oorsprong in omstandigheden die Veilig Thuis niet zijn aan te rekenen.