Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 10 maart 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [vestigingsplaats] , eiseres
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
- Op 30 oktober 1990 heeft het college een revisievergunning verleend op grond van de Hinderwet voor een fokvarkens- en paardenhouderij aan de [locatie] . Op 1 maart 2005 is voor deze inrichting een revisievergunning verleend op grond van de Wet milieubeheer (Wm) (de milieuvergunning). Op 6 augustus 2015 heeft het college de milieuvergunning voor de inrichting aan de [locatie] gedeeltelijk ingetrokken. Sindsdien mochten op grond van deze vergunning aan de [locatie] te [vestigingsplaats] 571 vleesvarkens, 491 gespeende biggen, 52 paarden en 10 pony’s worden gehouden. De inrichting viel tot 1 januari 2024 onder de werking van het op die datum vervallen Activiteitenbesluit milieubeheer. De milieuvergunning was tot die datum gelijkgesteld met een omgevingsvergunning beperkte milieutoets als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder i, van de Wabo.
- De derde-partij exploiteert een paardenhouderij aan de [locatie] te [vestigingsplaats] .
- In de nabijheid van beide locaties ligt onder meer het Natura 2000-gebied "Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux". Dit gebied is gelegen op een afstand van circa 1.000 m ten oosten en circa 400 m ten noordwesten van de percelen aan de [locatie] . Het gebied is aangewezen als Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebied. De natuurdoelanalyse van 27 januari 2023 voor dit gebied concludeert dat de instandhouding van alle habitats in het aangewezen Natura 2000-gebied onder druk staat en dat verslechtering niet is uitgesloten.
- Op 25 mei 2023 heeft de raad van de gemeente Valkenswaard het bestemmingsplan " [locatie] " gewijzigd vastgesteld, mede ten behoeve van de ontwikkeling van een verblijfsaccommodatie aan de [locatie] , ten behoeve van de paardenhouderij van de derde-partij. De in dit besluit vastgestelde bestemming is geschorst door de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) op 17 januari 2024
- De derde-partij organiseert al jaren evenementen in het outdoor seizoen. Hiertoe worden sinds 2015 ook paarden tijdelijk gehuisvest in de oude stallen op perceel [locatie] . Op dit perceel worden geen varkens meer gehouden sinds de aankoop hiervan door de derde-partij.
- De derde-partij heeft desgevraagd ter zitting van de voorzieningenrechter aangegeven dat in de voormalige varkensstallen op de [locatie] alleen tijdens evenementen paarden worden gehouden (dus niet jaarrond).
- De derde-partij heeft GS op 24 april 2023 verzocht een vergunning te verlenen als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming, voor onder meer de bouw van een verblijfsaccomodatie aan de [locatie] . GS heeft dit verzoek afgewezen. De rechtbank heeft het tegen dit besluit door de derde-partij ingestelde beroep bij uitspraak van 23 december 2025
Welk recht is van toepassing?
De vervolgvraag is of met de oude milieutoestemming voor de locatie aan de [locatie] kan worden gesaldeerd. Salderen met onderdelen van een milieutoestemming die feitelijk zijn gerealiseerd maar structureel niet meer in gebruik zijn, is, anders dan voorheen, beperkt tot die gevallen waarin de milieuvergunde activiteit zonder natuurvergunning kan worden hervat. De rechtbank heeft vastgesteld dat de varkensstallen aan de [locatie] niet structureel in gebruik zijn of direct in gebruik kunnen worden genomen. Tijdens de plaatsopneming werden geen varkens gehouden. Een deel van de stallen was ingericht met tijdelijke paardenboxen. In andere delen was de stalinrichting slechts gedeeltelijk nog aanwezig. De gebouwen zijn verouderd en deels vervallen. Een intensieve varkenshouderij is bovendien in strijd met het geldende omgevingsplan. In het bestreden besluit is niet beoordeeld of hervatting van de milieuvergunde activiteit zonder natuurvergunning kan plaatsvinden. Het bestreden besluit is op dit onderdeel onvoldoende gemotiveerd. De rechtbank ziet geen aanleiding deze vraag in deze uitspraak zelf te beantwoorden. De rechtbank laat ook in het midden of sprake is van intern of extern salderen. Het is aan het college om hierover standpunten te nemen in het nieuwe besluit op de aanvraag.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het besluit van 3 september 2024;
- draagt het college op een nieuw besluit te nemen op het verzoek van eiseres, met inachtneming van deze uitspraak;
- bepaalt dat het college het griffierecht van € 385,- aan eiseres moet vergoeden.