Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.De tenlastelegging.
- zich de toegang tot de woning verschaft middels een sleutel tot welk gebruik hij, verdachte, op dat moment niet gerechtigd was en/of
- in die woning gezocht naar de kluis en/of de kluissleutel en/of
- die kluis vastgepakt en getracht mee te nemen,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2.De formele voorvragen
3.De bewijsbeslissing.
Heeft verdachte opzettelijk het slachtoffer om het leven gebracht?
Moord of doodslag?
reageert toch niet” en is volgens verdachte een “
Gek wijf”. Zijn vriendin laat hem weten dat zij zijn gedrag niet goed vindt. Hierop reageert verdachte: “
Ja ha is mijn geld”.
Heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan poging tot (gekwalificeerde) diefstal?
(gekwalificeerde) diefstal?
4.De bewezenverklaring.
- zich de toegang tot de woning verschaft middels een sleutel tot welk gebruik hij, verdachte, op dat moment niet gerechtigd was en
- in die woning gezocht naar de kluis en de kluissleutel en
- die kluis heeft vastgepakt en getracht mee te nemen,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
5.De strafbaarheid van het feit.
6.De strafbaarheid van verdachte.
7.De oplegging van straf.
8.De beslissing met betrekking tot het beslag.
9.De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [dochter slachtoffer] .
10.De toepasselijke wetsartikelen.
11.DE UITSPRAAK
verklaarthet ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven;
verklaartniet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;
verklaartdat het bewezenverklaarde oplevert de misdrijven:
verklaartverdachte hiervoor strafbaar en
legt opde volgende straf:
wijstde vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [dochter slachtoffer] , tot een bedrag van 107.502,16 euro bestaande uit 90.002,16 euro aan materiële schade en 17.500,-- aan immateriële schade;
vermeerdertde vergoeding van materiële en immateriële schade met de wettelijke rente vanaf 16 augustus 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
veroordeeltverdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
legtaan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [dochter slachtoffer] , van een bedrag van 107.502,16 euro;
bepaaltdat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 365 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Voormeld bedrag bestaat uit 90.002,16 euro materiële schade en 17.500,-- immateriële schade;
vermeerdertde vergoeding van materiële en immateriële schade met de wettelijke rente vanaf 16 augustus 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
bepaaltdat verdachte van haar schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voor zover zij heeft voldaan aan een van de haar opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.