Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die betrokken is bij de zaak over de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van zijn minderjarige kinderen. Hij stelde dat de rechter onrechtmatig de inhoudelijke behandeling had voortgezet terwijl hij niet over alle stukken beschikte, waardoor zijn recht op hoor en wederhoor en een eerlijk proces zou zijn geschonden.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld en geoordeeld dat een wraking alleen kan worden toegewezen indien er concrete feiten of omstandigheden zijn die wijzen op vooringenomenheid of de objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor. De beslissing van de rechter om de inhoudelijke behandeling door te laten gaan is een procesbeslissing en vormt op zichzelf geen grond voor wraking.
De wrakingskamer vond geen aanwijzingen voor vooringenomenheid of schending van het recht op een eerlijk proces. Daarnaast is vastgesteld dat verzoeker meerdere wrakingsverzoeken heeft ingediend die niet gegrond waren en de procedure onredelijk vertraagden. Daarom is een anti-misbruikmaatregel opgelegd, waarbij een volgend wrakingsverzoek in deze zaak niet meer in behandeling wordt genomen.
De beslissing is in openbaar uitgesproken door de wrakingskamer van de rechtbank Oost-Brabant op 16 december 2025. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.