Uitspraak
eiser,
1.[gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] B.V.,
AIG EUROPE S.A., NETHERLANDS,
3.[gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] ,
4.NATIONALE-NEDERLANDEN SCHADEVERZEKERING
5.[gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] B.V.,
A.S.R. SCHADEVERZEKERING N.V.,
1.A.S.R. SCHADEVERZEKERING N.V.,
[gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] B.V.,
1.[gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] B.V.,
[gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944],
1.Waar gaan deze zaken over?
2.Leeswijzer van dit vonnis
.De procedures in vrijwaring, in onder vrijwaring en in onder onder vrijwaring
3.De procedure in de hoofdzaak (10486568 CV EXPL 23-2614)
met 1 productie (ingekomen op 13 juli 2023);
24 augustus 2023);
24 augustus 2023);
14 december 2023);
23 oktober 2025, gezamenlijk met alle vrijwaringszaken, onder vrijwaringzaken en de onder onder vrijwaringszaak, zoals hiervoor (1.4) in het schema weergegeven. In al deze zaken zal in één vonnis uitspraak worden gedaan.
Na afloop van de regiezitting en voor de mondelinge behandeling zijn door de kantonrechter de volgende documenten naar alle betrokken partijen gestuurd:
- een schematisch overzicht van alle procedures (vergelijkbaar aan het schema zoals hiervoor is weergegeven),
- een overzicht van alle processtukken die in alle verschillende zaken bij de kantonrechter zijn ingediend,
- de agenda voor de mondelinge behandeling.
4.Het geschil in de hoofdzaak
5.De beoordeling in de hoofdzaak
Dit betekent niet dat [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] bouwwerkzaamheden heeft verricht. Bouw in eigen beheer houdt volgens [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] niet meer in dan dat er geen hoofdaannemer betrokken is bij het bouwproces. De bouw was volgens [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] als volgt georganiseerd:
[gedaagde CV 24-3213 & 24-3215 & eiser CV 24-7944]
[gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944]
[gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751]
“(veiligheids) voorzieningen door anderen (eerder) aangebracht, worden in stand gelaten, tenzij dit anders niet mogelijk is (melden)”.
Hij voerde schilderwerkzaamheden uit in het in aanbouw zijnde pand van [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] . Op 7 mei 2020 moest in een ruimte (hal B) een plafond gespoten worden, maar deze ruimte stond nog vol met materialen en gereedschappen van andere bouwvakkers, verspreid over de vloer. De vloer moest eerst vrij gemaakt worden, voordat [eiser CV 23-2614] en zijn collega’s hun werkzaamheden konden uitvoeren. Daarom zijn zij gaan opruimen. [eiser CV 23-2614] heeft de houten afdekplaat, die het trapgat volledig afsloot, aangezien voor een pallet. Dit zag er als volgt uit [3] :
[A] was dus géén projectleider van de bouw. Daar heeft [A] opmerkingen over gemaakt in het VGM-plan en daarom heeft hij het VGM-plan nooit ondertekend, aldus [A] . Deze gang van zaken is door [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] niet betwist. [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat hij zich niet exact herinnert hoe het is gegaan, maar dat het zou kunnen dat het zo is gegaan als door [A] verteld.
Ter beantwoording van de vraag of [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] toerekenbaar onrechtmatig heeft gehandeld moet namelijk worden onderzocht of hij [eiser CV 23-2614] aan een groter risico heeft blootgesteld dan onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijs verantwoord was (‘
gevaarzetting’).
de aard en de ernst van de gevolgen
‘nooit had verwacht dat deze beveiliging door één persoon opgetild kon worden [9] ’was een misvatting van [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] . Als [eiser CV 23-2614] had geweten dat de houten afdekplaat een veiligheidsvoorziening was die een trapgat afsloot, dan had hij deze nooit opgetild.
Dat er een opruimploeg op de bouw aanwezig was, zoals [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] tijdens de mondelinge behandeling heeft verklaard, is door [eiser CV 23-2614] bij gebrek aan wetenschap betwist.
Of deze opruimploeg er wel of niet was, maakt het oordeel ook niet anders. [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] was de ochtend van het ongeval van [eiser CV 23-2614] niet aanwezig, [eiser CV 23-2614] kon hem dus niet vragen om de opruimploeg in te schakelen. [eiser CV 23-2614] wilde starten met zijn werkzaamheden en heeft ervoor gekozen de werkvloer samen met zijn collega’s vrij te maken om zo te kunnen starten met de werkzaamheden.
De onderkant van de houten afdekplaat (zoals te zien vanuit de kelder) is niet te zien in hal B en was als zodanig ook niet herkenbaar voor [eiser CV 23-2614] . Ook het standpunt dat [eiser CV 23-2614] ermee bekend had moeten zijn omdat hij op een eerder moment schilderwerkzaamheden in de kelder heeft verricht, passeert de kantonrechter. Van [eiser CV 23-2614] kan in redelijkheid niet verwacht worden dat als hij werkzaamheden in een kelder heeft verricht, hij op het moment dat hij op de verdieping erboven werkzaamheden verricht helder heeft dat en waar zich een trapgat bevindt.
gevaarzetting’).
Het verweer van NN dat schade voortvloeiend uit andere activiteiten (zoals handelen als hoofduitvoerder) buiten de dekking valt, verliest daarmee zijn belang.
[gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] heeft per e-mail van 15 april 2020 de opdracht van [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] één op één naar [eiser CV 23-2614] doorgestuurd [10] . Uit de opdracht volgt dat [eiser CV 23-2614] de spuitwerkzaamheden diende uit te voeren in de kelder en in de loods/hal van het pand van [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] . Meer precies diende [eiser CV 23-2614] wanden, kolommen en plafonds te spuiten.
- zonder enig overleg met [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] - opruimwerkzaamheden uitgevoerd. [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] had geen enkele zeggenschap over deze opruimwerkzaamheden.
De zeggenschap over de inrichting van de werkzaamheden en de omstandigheden waaronder [eiser CV 23-2614] zijn (opruim)werkzaamheden diende te verrichten, rustte dan ook op [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] .
(in dit geval: [eiser CV 23-2614] ), aansprakelijk voor de schade die deze persoon in de uitoefening van zijn werkzaamheden lijdt, tenzij de opdrachtgever ( [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] ) aantoont dat hij aan zijn zorgplicht heeft voldaan.
15 april 2020 heeft [eiser CV 23-2614] spuitwerkzaamheden uitgevoerd.
[gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] . Of dit het geval is, wordt onder meer bepaald door de feitelijke verhouding tussen [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] en [eiser CV 23-2614] , de aard van verrichte werkzaamheden en de mate waarin [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] , al dan niet door middel van hulppersonen, invloed heeft op de werkomstandigheden van [eiser CV 23-2614] en de daarmee verband houdende veiligheidsrisico’s.
De stelling van [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] en ASR dat [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] voor de veiligheid van de opruimwerkzaamheden niet verantwoordelijk was, moet dus worden verworpen.
’s-ochtends op 7 mei 2020 nog vol lag met bouwmaterialen. Dat dit niet het geval zou zijn, is gesteld noch gebleken en wordt bevestigd door de foto’s die op 6 mei 2020 door [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] zijn gemaakt.
lid 4 BW (mede) aansprakelijk voor de schade die [eiser CV 23-2614] in de uitoefening van zijn werkzaamheden lijdt of heeft geleden.
[gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] en ASR beoordelen jegens [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] en [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] en tenslotte ook de daarvan afgeleide onder vrijwaring van [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] op [gedaagde CV 24-3213 & 24-3215 & eiser CV 24-7944] en de onder onder vrijwaring van [gedaagde CV 24-3213 & 24-3215 & eiser CV 24-7944] op [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] .
- de dagvaarding met 8 producties van 5 december 2023, waarin [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] in vrijwaring heeft opgeroepen,
- de conclusie van antwoord met 7 bijlagen van 7 maart 2024 van [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] .
[gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] gaf immers opdracht tot de schilderwerkzaamheden (en tot opruimen en schoonmaken) en niet [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] in de hoedanigheid van bouwbegeleider. [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] verwijst in dit verband ook naar het VGM-deelplan dat door [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] is opgesteld, waarin de verantwoordelijkheid voor tal van veiligheidsaspecten uitdrukkelijk bij [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] ligt.
[gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] moet in dat kader [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] vrijwaren en dus niet andersom, zoals [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] in deze vrijwaringsprocedure, als eisende partij vordert.
gevaarzetting’) en niet [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] . Immers, [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] heeft de houten afdekplaat als veiligheidsvoorziening laten maken, die niet geborgd en/of gemarkeerd was. Hierdoor heeft [eiser CV 23-2614] deze afdekplaat niet herkend als veiligheidsvoorziening en heeft hij deze bij het opruimen/vrijmaken van de vloer kunnen optillen/kantelen, waardoor het trapgat open kwam te liggen en [eiser CV 23-2614] daardoor naar beneden kon vallen. [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] heeft daarbij geen bemoeienis gehad.
- de dagvaarding met 8 producties van 5 december 2023, waarin [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] in vrijwaring heeft opgeroepen,
- het incident tot oproeping in onder vrijwaring van 8 februari 2024, waarin [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] en AIG de kantonrechter hebben verzocht om [gedaagde CV 24-3213 & 24-3215 & eiser CV 24-7944] in onder vrijwaring te mogen oproepen,
- de conclusie van antwoord van [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] in onder vrijwaring van 7 maart 2024,
- de akte uitlaten producties van [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] en AIG van 21 maart 2024,
- het vonnis in het incident van 18 april 2024,
- de conclusie van antwoord van [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] van 16 mei 2024.
[gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] veroordeelt om:
- de dagvaarding met 8 producties van 5 december 2023, waarin [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] NN in vrijwaring heeft opgeroepen,
- de conclusie van antwoord van NN met 8 bijlagen van 8 februari 2024.
- voor het geval voldoening van de (na-)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening, één en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.
De aangevraagde verzekering is per 1 januari 2020 ingegaan [16] .
Dit betekent dat de vrijwaringsvordering van [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] jegens NN toewijsbaar is.
- de dagvaarding met 8 producties van 6 december 2023,
- het incident tot oproeping in onder vrijwaring van [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] en AIG van 8 februari 2024,
- de conclusie van antwoord van [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] met 8 producties van 8 februari 2024,
- het antwoord in het incident van [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] en ASR van 7 maart 2024,
- het vonnis in het incident 18 april 2024,
- de conclusie van antwoord van [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] van 16 mei 2024.
- [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] en de door [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] ingeschakelde aannemers waaronder [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] , waren verantwoordelijk voor de veiligheid op de bouwplaats en het treffen van veiligheidsvoorzieningen op de bouwplaats;
- [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] heeft de bewuste trapgatafdichting laten maken;
- [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] en [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] zijn verantwoordelijk voor het feit dat geen veiligheidsmaatregelen (randbeveiliging, geborgde sparing, waarschuwingen, markeringen) zijn getroffen rondom de trapgatafdichting;
- [eiser CV 23-2614] was voor wat betreft de veiligheid op de bouwlocatie alsmede voor wat betreft de veiligheid bij de uitvoering van de (opruim)werkzaamheden voor de zorg van zijn veiligheid afhankelijk van [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] en [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] .
Via de dus van toepassing zijnde algemene voorwaarden is de aansprakelijkheid van [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] uitgesloten, aldus [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] en ASR.
- de dagvaarding met 5 producties van 2 mei 2024,
- het incident tot oproeping in onder onder vrijwaring, tevens conclusie van antwoord in onder vrijwaring met 3 producties van [gedaagde CV 24-3213 & 24-3215 & eiser CV 24-7944] van 11 juli 2024,
- de conclusie van antwoord in het incident van [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] tevens conclusie van repliek in onder vrijwaring van 8 augustus 2024,
- het vonnis in het incident van 3 oktober 2024.
CV EXPL 23-2614) en de vrijwaringsprocedure (10843103 CV EXPL 23-7751):
- de dagvaarding met 5 producties van 29 oktober 2024,
- de conclusie van antwoord met 5 producties van 9 januari 2025.
CV EXPL 23-2614), de vrijwaringsprocedure (10843103 CV EXPL 23-7751) en de onder vrijwaringsprocedure (11094103 CV 24-3215):
- de maandelijkse en wekelijkse (veiligheids)inspectierondes onder leiding van [A] , die duidelijk maken dat de (eind) verantwoordelijkheid voor de veiligheid op de bouwplaats niet bij [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] ligt, maar bij [A] ,
- [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] voerde de opdrachten uit die door [A] werden gegeven.