ECLI:NL:RBOBR:2025:8151

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
27 november 2025
Publicatiedatum
11 december 2025
Zaaknummer
11752586
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 RvArt. 111 RvArt. 6:102 BWArt. 6:119 BWArt. 1019h Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid vordering wegens schending auteursrecht door ontbreken petitum en onvoldoende onderbouwing

ANP vordert betaling van € 500 wegens vermeende auteursrechtinbreuk door gedaagde, die een foto zonder toestemming op een website plaatste. ANP baseert haar bevoegdheid op een licentieovereenkomst met de fotograaf en stelt dat gedaagde aansprakelijk is als vrijwilliger die de website vulde.

Gedaagde betwist de bevoegdheid van ANP en voert aan dat hij niet de beheerder is van de website. De kantonrechter oordeelt dat ANP bevoegd is om op te treden en dat gedaagde als vrijwilliger hoofdelijk aansprakelijk kan zijn. Echter, de dagvaarding bevat geen petitum en voldoet niet aan de verplichtingen uit artikel 21 en Pro 111 Rv, omdat de feitelijke onderbouwing ontbreekt.

ANP vermeldt niet concreet hoe de foto auteursrechtelijk beschermd is en gaat niet in op de omstandigheden van openbaarmaking en bewerking. Ook wordt de grondslag voor het optreden in rechte te laat en onvoldoende onderbouwd ingebracht. Hierdoor wordt ANP niet-ontvankelijk verklaard.

De kantonrechter wijst ook de vordering van ANP af wegens onvoldoende onderbouwing van schade en proceskosten. Gedaagde wordt in de proceskosten veroordeeld, die worden begroot op € 141 inclusief nakosten en wettelijke rente.

De reconventionele vordering van gedaagde wordt niet inhoudelijk behandeld omdat deze feitelijk betrekking heeft op proceskosten die reeds zijn beoordeeld.

Uitkomst: ANP wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering wegens ontbreken petitum en onvoldoende onderbouwing; ANP wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKOOST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Eindhoven
Zaaknummer: 11752586 \ CV EXPL 25-4475
Vonnis van 27 november 2025
in de zaak van
ALGEMEEN NEDERLANDS PERSBUREAU,
te Den Haag,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: ANP,
gemachtigde: F.C.E. Lussi,
tegen
[gedaagde], mede handelend onder de naam [handelsnaam gedaagde] ,
te [plaats] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 6 juni 2025 met vijf producties;
- de conclusie van antwoord in conventie met eis in reconventie en negen producties;
- de conclusie van antwoord in reconventie met zes producties;
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;
- een aanvullende productie 10 van [gedaagde] ;
- de mondelinge behandeling van 28 oktober 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
- de spreekaantekeningen van [gedaagde] .
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
ANP heeft het auteursrecht op diverse foto’s.
2.2. (
Een rechtsvoorganger van) ANP heeft met fotograaf [A] een licentieovereenkomst gesloten. In artikel 8 lid 3 van Pro die op 19 december 2013 gesloten overeenkomst is het navolgende opgenomen:

8.3 De licentiegever geeft ANP hierbij volmacht om in rechte op te treden tegen ongeautoriseerd gebruik door derden van de Fotografische Werken. Bovendien zal ANP het recht hebben om zelfstandig schadevergoeding en/of winstafdracht te vorderen. ANP is niet gehouden om in voorkomende gevallen ook daadwerkelijk tegen het ongeautoriseerd gebruik op te treden.”
2.3.
De vennootschap naar Belgisch recht Visual Rights Group, gevestigd te Antwerpen, (hierna te noemen: VRG) is gemachtigd om namens ANP inbreuken op het auteursrecht op te sporen en de rechten van ANP te handhaven.
2.4.
Op 27 november 2018 publiceerde NU.nl berichten op Twitter en andere sociale media met bij dat bericht een foto, zo stelt de kantonrechter vast, waarop (toenmalig) minister [B] te zien is in de tweede kamer, gemaakt door fotograaf [A] (hierna: de foto).
2.5.
Op 28 november 2018 is een screenshot van een deel van de tweet van NU.nl, met de foto, op de website [internetsite] gepubliceerd.
2.6.
[gedaagde] is op 15 juni 2022 namens ANP aangeschreven wegens inbreuk op het auteursrecht door plaatsing van de foto.

3.Het geschil

in conventie
3.1.
ANP vordert veroordeling van [gedaagde] tot betaling van een bedrag van € 500,00.
3.2.
[gedaagde] voert verweer.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
in reconventie
3.4.
[gedaagde] vordert - samengevat - veroordeling van ANP tot betaling van € 1.249,00 en tot betaling van de proceskosten.
3.5.
ANP voert verweer.
3.6.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

De vordering van ANP in conventie wordt afgewezen. Aan de beoordeling van de vordering van [gedaagde] in reconventie wordt niet toegekomen. Hieronder wordt toegelicht waarom.
in conventie
4.1.
ANP stelt dat [gedaagde] verantwoordelijk is voor het plaatsen van de foto op de website [internetsite] , zonder toestemming. De foto waar het hier om gaat, is volgens ANP auteursrechtelijk beschermd, omdat deze foto een oorspronkelijk karakter heeft en het persoonlijk stempel van de maker draagt. De foto is het resultaat van de originele en creatieve keuzes van de maker die onder andere tot uiting komen in de compositie, de uitsnede, de hoek waaronder de foto is genomen en de belichting. ANP stelt dat zij het auteursrecht op de foto heeft en dat [gedaagde] inbreuk heeft gemaakt op dat recht, waardoor ANP schade heeft geleden.
4.2.
De foto heeft volgens ANP bijna vier jaar op de website gestaan. Ter onderbouwing verwijst ANP naar The Wayback Machine.
ANP is bevoegd
4.3.
[gedaagde] betwist dat ANP auteursrechthebbende is op de foto of enige bevoegdheid heeft om in deze procedure op te treden. De foto is gemaakt door [A] . [gedaagde] heeft benadrukt dat hij dit in eerdere correspondentie al aan VRG heeft aangegeven.
ANP heeft als bijlage bij de conclusie van antwoord in reconventie (productie 3) een licentieovereenkomst gevoegd tussen (een rechtsvoorganger van) ANP en [A] . Volgens ANP blijkt uit artikel 8 van Pro deze overeenkomst dat zij bevoegd is om in rechte op te treden.
Volgens [gedaagde] blijkt uit de overeenkomst enkel van een volmacht. Dat betekent volgens [gedaagde] dat ANP alleen bevoegd is om namens [A] een procedure te voeren en niet om onder eigen naam te procederen. Daarvoor geldt het leerstuk van lastgeving.
4.4.
De kantonrechter oordeelt dat ANP op grond van artikel 8 van Pro de licentieovereenkomst bevoegd is om in deze procedure op te treden. Op grond van artikel 8 lid 3 van Pro de overeenkomst heeft ANP namelijk het recht om zelfstandig schadevergoeding en/of winstafdracht te vorderen.
ANP kan [gedaagde] als partij aanspreken
4.5.
[gedaagde] voert ook als verweer dat ANP niet-ontvankelijk is in haar vordering, omdat hij niet de beheerder is van de website waar de foto op is geplaatst. ANP heeft daarom volgens [gedaagde] niet de juiste partij aangesproken. Daartoe voert hij het volgende aan.
De foto is geplaatst op de website [internetsite] . Deze website is een niet-commercieel journalistiek blog en wordt beheerd en gevuld door een collectief van vrijwilligers. [gedaagde] is in zijn vrije tijd één van die vrijwilligers. Zijn bedrijf, [handelsnaam gedaagde] , stond slechts op één plek op [internetsite] vermeld, namelijk bij de donatiemogelijkheid. Dat was om een praktische reden. Omdat [internetsite] geen officiële organisatie is, maar een los-vast collectief van vrijwilligers, kon de website geen bankrekening hebben of inschrijving in de Kamer van Koophandel verkrijgen. Bovendien had het collectief geen inkomsten en moest in ieder geval de hosting van de website worden betaald. Een donatieoptie via een payprovider kan alleen worden aangevraagd met een inschrijving in de Kamer van Koophandel. [handelsnaam gedaagde] stelde haar bankrekening daarom voor de (beperkte) donaties beschikbaar. Uit de donaties worden de hostingkosten betaald. [handelsnaam gedaagde] beheert de website niet en zij houdt zich ook niet bezig met wat er door anderen wordt gepubliceerd.
4.6.
Volgens ANP staan alle gegevens van [handelsnaam gedaagde] op de website, inclusief de IDEAL-gegevens. Dit zijn de enige gegevens die zij heeft kunnen vinden op de website. Nog los daarvan, ook als er meerdere vrijwilligers zijn die gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de inhoud van de website, is [gedaagde] hoofdelijk aansprakelijk.
4.7.
De kantonrechter stelt vast dat niet kan worden geoordeeld dat ANP in dit geval niet-ontvankelijk is vanwege de partij die zij heeft gedagvaard. Tussen partijen staat niet ter discussie dat de contactgegevens van [handelsnaam gedaagde] de enige gegevens waren op [internetsite] . Dat daarom in eerste instantie correspondentie aan [handelsnaam gedaagde] is gericht, kan worden gevolgd. [gedaagde] stelt dat hij noch zijn bedrijf feitelijk verantwoordelijk waren voor de inhoud van de website. Het is dan aan een potentieel inbreukmaker, in dit geval [gedaagde] , als een verkeerde partij wordt aangeschreven om aan te geven wie wel de beheerder van de website is. Dat heeft [gedaagde] niet gedaan. Bovendien staat vast dat [gedaagde] , in persoon, één van de vrijwilligers was die de website vulde. Voor zover moet worden aangenomen dat er niet één beheerder was aangewezen, maar alle vrijwilligers gezamenlijk verantwoordelijk waren voor de inhoud van de website, is er op grond van artikel 6:102 BW Pro sprake van een hoofdelijke aansprakelijkheid. ANP heeft daarom de bevoegdheid om, onder meer, [gedaagde] aan te spreken. In het kader van de stellingen van [gedaagde] dat hij dan onterecht alleen verantwoordelijk wordt gehouden voor het geheel, regelt de wet dat hij vervolgens de mogelijkheid heeft om regres te nemen op de eventuele medeschuldenaren (in deze situatie mogelijk de overige vrijwilligers in het collectief).
Petitum ontbreekt
4.8.
Op grond van artikel 111 lid 2 onder Pro d Rv is de eisende partij verplicht om de eis in de dagvaarding te vermelden. De kantonrechter stelt vast dat het petitum (de eis) in de dagvaarding in deze procedure ontbreekt. Dit is een belangrijke omissie. Door het ontbreken van het petitum is het voor de kantonrechter en voor [gedaagde] onduidelijk gebleven wat de exacte vordering van ANP is. Uit de inhoud van de dagvaarding blijkt enkel een opsomming van het totale bedrag dat ANP volgens haar aan schade heeft geleden, waarbij zij haar vordering heeft beperkt tot een bedrag van € 500,00. Tijdens de mondelinge behandeling is namens ANP aangevoerd dat daaruit kan worden afgeleid wat de vordering is of wat de vorderingen zijn. De kantonrechter heeft na overleg met en akkoord van partijen vastgesteld dat – vanwege het ontbreken van het petitum – de vordering van ANP in deze procedure wordt beperkt tot een bedrag van € 500,00, zonder verdere nevenvorderingen.
ANP is niet-ontvankelijk in haar vordering
4.9.
Niet alleen het petitum ontbreekt in deze zaak in de dagvaarding. De kantonrechter stelt voorop dat op grond van artikel 21 Rv Pro een partij verplicht is de voor de beslissing van de kantonrechter van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. Wordt deze verplichting niet nageleefd, dan kan de kantonrechter daaruit de gevolgtrekking maken die zij geraden acht. Bovendien bepaalt de wet meer expliciet dat naast de vermelding van de eis, de eisende partij in de dagvaarding ook de gronden daarvan dient te vermelden (artikel 111 lid 2 onder Pro d. Rv). Het gaat om een feitelijke onderbouwing van hetgeen de eiser vordert. Op grond van artikel 111 lid 3 Rv Pro geldt verder voor de eisende partij de zogenaamde substantiëringsplicht. De substantiëringsplicht houdt in dat de eisende partij ook melding moet maken in de dagvaarding van de eerder door gedaagde tegen de eis aangevoerde verweren en de gronden daarvoor.
4.10.
De kantonrechter oordeelt dat ANP in deze procedure niet aan haar verplichtingen uit hoofde van artikel 21 Rv Pro en artikel 111 Rv Pro heeft voldaan en licht dit als volgt toe.
4.11.
In randnummer 2 van de dagvaarding vermeldt ANP dat de foto auteursrechtelijk is beschermd. ANP verwijst ter onderbouwing onder meer naar een arrest van de
HR van 30 mei 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BC2153 en zij zegt daar het volgende over:

De foto heeft een oorspronkelijk karakter en draagt het persoonlijk stempel van de maker. De foto is het resultaat van de originele en creatieve keuzes van de maker die onder andere tot uiting komen in de compositie, de uitsnede, de hoek waaronder de foto is genomen en de belichting.
4.12.
ANP noemt verder niets specifieks over de betreffende foto, haalt bijvoorbeeld geheel niet aan hoe die foto eruit ziet of hoe de fotograaf tot die foto is gekomen en verzuimt in het geheel om het eerstgenoemde criterium en de daarna genoemde verschillende aspecten van de foto, daadwerkelijk toe te passen op de hier in het geding zijnde foto. Dat had ANP wel moeten doen om haar stellingen omtrent het auteursrecht volledig te maken en/of te onderbouwen.
4.13.
ANP doet niet slechts een beroep op inbreuk op haar auteursrechten door herplaatsen van de oorspronkelijke foto. In randnummer 3 van de dagvaarding voert ANP aan dat [gedaagde] inbreuk heeft gemaakt op het auteursrecht op de foto doordat “medio november 2018 [de foto] is geopenbaard en bijgesneden zonder de naamsvermelding van de fotograaf en/of de rechthebbende”. Naar de kantonrechter begrijpt, leidt dit onder randnummer 16 en verder tot een verhoging van de schadevergoeding waarop ANP meent recht te hebben. ANP is echter – ten onrechte – geheel niet ingegaan op de omstandigheden waaronder de foto op NU.nl (in eerste instantie en naar de kantonrechter begrijpt, wel met toestemming) is geopenbaard en zij heeft niets gesteld omtrent de gevolgen van het ontbreken van een naamsvermelding bij die openbaarmaking op de opvolgende openbaarmaking op [internetsite] . Daarop heeft [gedaagde] voor het eerst bij conclusie van antwoord moeten wijzen. In de dagvaarding ontbreekt verder volledig een vermelding van hoe de foto is bijgesneden of bewerkt. Eventuele door ANP geconstateerde verschillen heeft zij niet vermeld.
4.14.
Hiervoor is geoordeeld dat ANP op basis van het bepaalde in de tussen ANP en [A] gesloten licentieovereenkomst tegenover [gedaagde] mag optreden. Hoewel de kantonrechter heeft geoordeeld daarmee aan deze meer inhoudelijke beoordeling toe te komen, heeft ANP geheel verzuimd om dit in de dagvaarding te vermelden. Ook dat had zij wel moeten doen. In plaats daarvan stelde VRG zich – als gemachtigde van ANP ten tijde van de handhaving, zoals door ANP benadrukt – op een ander standpunt, namelijk dat ANP bevoegd was om op te treden op grond van artikel 4.1 van de Auteurswet. Tijdens de mondelinge behandeling is dit standpunt door ANP verlaten en verwees ANP naar de licentieovereenkomst. Zij heeft dat enkel kunnen onderbouwen met de overeenkomst die pas bij de conclusie van antwoord in reconventie – zonder nadere toelichting – als productie in het geding is gebracht. Dit is gelet op het voorgaande veel te laat, mede nu het indienen van een reconventionele vordering geen gegeven is en daarmee ook het nemen van een conclusie van antwoord in reconventie niet. Bovendien is dit in strijd met de substantiëringsplicht, omdat het bezwaar tegen het door VRG ingenomen standpunt ten aanzien van deze grondslag al in de correspondentie door [gedaagde] was aangevoerd zodat ANP dit verweer dan ook in haar dagvaarding had dienen te vermelden en bovendien bij het uitbrengen van de dagvaarding een (zo nodig andere) grondslag had dienen aan te voeren voor haar optreden in rechte, zodat ook [gedaagde] zich tegen dit (andere) standpunt correct kon verdedigen.
4.15.
Tot slot is er namens ANP op gewezen dat weliswaar het petitum in de dagvaarding ontbreekt, maar dat duidelijk is dat de kantonrechter hoe dan ook een beslissing zal moeten nemen over de proceskosten, zodat een daarop gerichte vordering niet direct bezwaarlijk zou zijn. Dit mag in zijn algemeenheid zo zijn, maar voor zover er door ANP aanspraak wordt gemaakt op het gemachtigdensalaris ontbreekt enige toelichting bij deze vordering ook totaal. De hoogte van deze vordering blijkt namelijk niet uit het lichaam van de dagvaarding en de vordering is daarin ook niet door ANP onderbouwd. Dat klemt in deze zaak, nu het gelet op het auteursrecht waarop ANP een beroep heeft gedaan niet alleen voor de kantonrechter, maar met name voor [gedaagde] , die procedeert zonder gemachtigde, onder deze omstandigheden tijdens de procedure onduidelijk is gebleven of ANP een beroep doet op het liquidatietarief of op een volledige proceskostenveroordeling. Voor zover een beroep wordt gedaan op een volledige proceskostenveroordeling, ontbreekt voor de kantonrechter iedere onderbouwing daarvoor.
4.16.
De kantonrechter vindt al het voorgaande in samenhang bezien dermate ernstig dat zij daaraan het gevolg verbindt dat ANP niet-ontvankelijk zal worden verklaard in haar vordering.
4.17.
Ten overvloede merkt de kantonrechter dat – voor ANP wel ontvankelijk zou zijn geweest in haar vordering – de vordering van ANP in deze zaak door de kantonrechter in ieder geval grotendeels zou zijn afgewezen. [gedaagde] heeft namelijk als verweer gevoerd dat [internetsite] een niet-commerciële partij betreft en dat ANP zelf op haar website het volgende weergeeft:

Kleine non-profitorganisaties die niet staan ingeschreven bij de KvK worden nu niet meer aangeschreven. En kleine thumbnails (tot 100x100 pixels) zullen ook niet meer in rekening worden gebracht.”
4.18.
[internetsite] is volgens [gedaagde] een non-profit organisatie. Anderszins is in deze procedure ook niet gebleken. Dat het een kleine organisatie, of zelfs helemaal geen organisatie, betreft en dat het gaat om een groep van vrijwilligers die schrijven voor een website die geen inkomsten genereert, is door ANP niet weersproken.
Voor zover ANP dat alsnog zou wensen te weerleggen, geldt bovendien het volgende. [gedaagde] heeft erop gewezen dat ANP in 2012 de website EerlijkeFoto.nl lanceerde, waarop zij haar nieuwsfoto’s verkocht aan kleine blogs - zoals [internetsite] - voor één euro per stuk, in een resolutie tot 1.000 pixels breed. De foto op [internetsite] was slechts 505 pixels breed. Het voorgaande is evenmin door ANP betwist. Het is vaste jurisprudentie dat bij een vergoeding wegens inbreuk op auteursrecht als uitgangspunt zoveel mogelijk dient de gebruikelijke vergoeding voor de auteursrechthebbende in vergelijkbare situaties of in ieder geval een vergoeding die zou zijn gevraagd als wel vooraf zou zijn onderhandeld tussen partijen. Gelet op het voorgaande zou die reële vergoeding voor de foto worden vastgesteld op een bedrag tussen de nul en één euro, reeds daarom kan de door ANP in haar dagvaarding opgenomen licentiederving niet worden toegewezen.
ANP moet de proceskosten betalen
4.19.
ANP wordt in deze procedure in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) in conventie betalen. [gedaagde] vordert om ANP te veroordelen in de daadwerkelijke kosten van het geding op grond van artikel 1019h Rv. [gedaagde] heeft echter geen gemachtigde en ook geen facturen in het geding gebracht waaruit blijkt welke kosten hij eventueel heeft moeten maken aan gemachtigdensalaris, de kantonrechter kan daarom geen kosten voor gemachtigden toewijzen. De door [gedaagde] zelf gemaakte kosten zijn evenmin door hem onderbouwd. Hij heeft aangevoerd dat de vordering leidt tot stress, post-excertionele malaise en andere klachten, die verergeren nu hij al volledig arbeidsongeschikt is en grotendeels huisgebonden door zijn gezondheid. Daarmee heeft gedaagde zeker de ernst van zijn situatie benadrukt, maar bijvoorbeeld geen (gemist) uurtarief of andere concrete kosten kunnen aanvoeren. Dit betekent dat hij conform jurisprudentie in ieder geval recht heeft op reis- en verletkosten. Daarvoor wordt standaard een tarief gerekend van € 50,00, maar de kantonrechter zal gelet op de volledige proceskosten-veroordeling in dit geval een bedrag van € 100,00 toekennen. De proceskosten van [gedaagde] worden daarom begroot op:
- overige kosten
100,00
- nakosten
41,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
141,00
4.20.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
in reconventie
4.21.
[gedaagde] vordert in reconventie een bedrag aan schadevergoeding van € 1.249,00. Ter onderbouwing van deze vordering verwijst [gedaagde] naar het vele werk dat voor hem in deze zaak is gaan zitten. Deze reconventionele vordering ziet naar het oordeel van de kantonrechter feitelijk op de proceskosten in conventie. Het gaat namelijk om de door [gedaagde] ten behoeve van deze zaak gemaakte kosten. Nu hierover al door de kantonrechter in conventie is geoordeeld (zie randnummer 4.20), dient op de reconventionele vordering feitelijk niet meer te worden beslist.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
verklaart ANP niet-ontvankelijk in haar vorderingen,
5.2.
veroordeelt ANP in de proceskosten van € 141,00, te betalen binnen veertien dagen na de dag van dit vonnis, te vermeerderen met de kosten van betekening als ANP niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
veroordeelt ANP tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na de dag van dit vonnis zijn betaald.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.M.C. Mommers en in het openbaar uitgesproken op 27 november 2025.