ECLI:NL:PHR:2008:BC2153
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Auteursrechtelijke bescherming van transcripten van achterbankgesprekken met politie
Deze zaak betreft het auteursrecht op de transcripten van zogenoemde achterbankgesprekken die vastgoedhandelaar W. Endstra in 2003-2004 voerde met politieambtenaren. De gesprekken werden opgenomen en later uitgewerkt in proces-verbaal en gepubliceerd in het boek 'De Endstra-tapes'. Na Endstra's dood stelden zijn zonen dat het auteursrecht op deze gesprekken was geschonden en vorderden zij een verbod op verdere publicatie.
De rechtbank en het gerechtshof wezen deze vorderingen af. Zij oordeelden dat de gesprekken weliswaar een eigen karakter en persoonlijk stempel van Endstra droegen, maar dat zij niet voldeden aan de vereiste dat het werk het resultaat moest zijn van menselijke schepping, waaronder het bewust vormgeven van een coherente creatie. De Hoge Raad stelt in cassatie dat het hof ten onrechte een extra eis heeft gesteld die het Nederlandse auteursrecht niet kent, namelijk dat het werk bewust als coherente creatie moet zijn geconcipieerd en een bewuste vormgeving moet hebben.
De Hoge Raad bevestigt dat een werk beschermd wordt indien het een eigen, oorspronkelijk karakter heeft en het persoonlijk stempel van de maker draagt, zonder dat een bewust publicatie- of vormgevingsdoel vereist is. De gesprekken van Endstra voldoen volgens deze maatstaf niet aan de drempel voor auteursrechtelijke bescherming omdat het spontane zakelijke informatieoverdracht betreft zonder creatieve keuzes in vormgeving.
Daarnaast behandelt de Hoge Raad het incidentele cassatieberoep over proceskostenveroordeling op grond van art. 14 van Pro Richtlijn 2004/48/EG. Het hof wees een volledige vergoeding af vanwege onvoldoende duidelijkheid en te late specificatie van de kosten. De Hoge Raad oordeelt dat het hof dit oordeel niet onbegrijpelijk heeft gemotiveerd en dat het debat over richtlijnconforme proceskostenveroordeling complex is.
De conclusie is dat het principale cassatiemiddel slaagt, waardoor het arrest van het hof wordt vernietigd voor zover het een extra eis stelde voor auteursrechtelijke bescherming. Het incidentele cassatiemiddel faalt. De zaak bevat uitgebreide jurisprudentieanalyse en bespreekt de auteursrechtelijke werktoets in detail.
Uitkomst: De Hoge Raad oordeelt dat op de achterbankgesprekken geen auteursrecht rust en bevestigt de afwijzing van volledige proceskostenvergoeding.