ECLI:NL:RBOBR:2025:8059

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
5 november 2025
Publicatiedatum
9 december 2025
Zaaknummer
SHE 25/2450 GEHEIMHOUDINGSBESLISSING
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Geheimhoudingsbeslissing
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:29 AwbArt. 8:29, vijfde lid, AwbArt. 2.8, elfde lid, Procesreglement bestuursrecht rechtbankenWet politiegegevens
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geheimhoudingsbeslissing inzake mededeling beperkte kennisname politiegegevens

In deze bestuursrechtelijke zaak is beroep ingesteld tegen het besluit van de korpschef van de politie Noord-Holland om een bepaalde afbeelding niet aan eiseres te verstrekken op grond van de Wet politiegegevens (Wpg).

De korpschef heeft de afbeelding aan de rechtbank overgelegd, maar onder de voorwaarde dat alleen de rechtbank kennis mag nemen van dit stuk. De rechtbank heeft een belangenafweging gemaakt waarbij het belang van partijen om over relevante informatie te beschikken is afgewogen tegen het algemeen belang en de mogelijke schade door openbaarmaking.

De rechtbank concludeert dat het verstrekken van de afbeelding aan eiseres de procedure zinloos zou maken, omdat daarmee vooruitgelopen wordt op de beoordeling van de rechtmatigheid van de weigering. Daarom acht de rechtbank de beperkte kennisneming gerechtvaardigd en stelt eiseres in de gelegenheid om binnen twee weken toestemming te geven dat de rechtbank uitspraak doet mede op basis van het vertrouwelijke stuk.

De beslissing is definitief en er staat geen rechtsmiddel tegen open.

Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de beperking van kennisneming van de afbeelding gerechtvaardigd is en stelt eiseres in de gelegenheid toestemming te geven voor gebruik in de uitspraak.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: SHE 25/2450 GEHEIMHOUDINGSBESLISSING
beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht

[eiseres] uit [woonplaats], eiseres

en

de korpschef van de politie Noord-Holland, de korpschef

(gemachtigde: mr. A.G.M. Buijs).

Procesverloop

1. Met de brief van 29 oktober 2025 heeft de korpschef een afbeelding overgelegd behorende bij het besluit van 9 april 2025. De korpschef heeft de afbeelding overgelegd en onder verwijzing naar artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) meegedeeld dat uitsluitend de rechtbank kennis zal mogen nemen van deze afbeelding.

Overwegingen

De beoordeling
2. De beslissing op een mededeling van beperkte kennisneming vergt een afweging van belangen. Enerzijds speelt hierbij het belang dat partijen gelijkelijk beschikken over de voor het beroep relevante informatie. Daartegenover staat dat de kennisneming door partijen van bepaalde gegevens het algemeen belang, het belang van één of meer partijen en/of het belang van derden onevenredig kan schaden. Bij de beoordeling van een mededeling van beperkte kennisneming speelt de betekenis van het stuk voor het oordeel van de rechter in de hoofdzaak en de procespositie van partijen een belangrijke rol. Verder is daarbij van belang of de partij aan wie kennisneming van een stuk wordt onthouden door de beperkte kennisneming wezenlijk in zijn procesvoering wordt belemmerd. Daarnaast gaat het bij de
beslissing over een mededeling van beperkte kennisneming niet om de vraag of het stuk openbaar moet worden, dat wil zeggen voor iedereen toegankelijk, dus ook voor anderen dan procespartijen, maar om de vraag of er gewichtige redenen bestaan die zich tegen kennisneming van het stuk door alle partijen in het geding verzetten.
De afbeelding
3. De korpschef stelt zich op standpunt dat de afbeelding (mede) het onderwerp van het geschil vormt en om die reden niet ter kennisname aan eiseres kan worden toegezonden.
3.1.
In zaken als deze, waarin onderwerp van geschil is of terecht en op juiste gronden met toepassing van de Wpg inzage in de opgevraagde informatie wordt geweigerd, zou met verstrekking van deze informatie vooruitgelopen worden op het oordeel over de rechtmatigheid van die weigering. De door artikel 8:29 van Pro de Awb geboden voorziening zou aldus zinledig worden gemaakt. De vertrouwelijkheid van deze informatie moet daarom in ieder geval tot de einduitspraak worden bewaard. De rechtbank geeft in de bodemprocedure een oordeel over de vraag of het gerechtvaardigd is om inzage in de betreffende politiegegevens – de afbeelding – te weigeren. Het verstrekken van de afbeelding aan eiseres zou de procedure zinloos maken. De rechtbank verwijst in dit kader naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 2 februari 2022. [1] De rechtbank vindt de mededeling van de korpschef ten aanzien van de afbeelding dat alleen de rechtbank hier kennis van mag nemen gerechtvaardigd.
3.2.
Omdat wordt bepaald dat de mededeling van de korpschef gerechtvaardigd is, zal eiseres worden gevraagd om binnen twee weken mee te delen of zij toestemming geeft dat de rechtbank uitspraak doet mede op grondslag van het stuk waarvan beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is geacht. [2]

Beslissing

De rechtbank:
  • bepaalt dat de door de korpschef meegedeelde beperking van de kennisneming van de afbeelding gerechtvaardigd is;
  • stelt eiseres in de gelegenheid om binnen twee weken na verzending van deze uitspraak schriftelijk mee te delen of zij toestemming geeft dat de rechtbank uitspraak doet mede op grondslag van het stuk waarvan beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is geacht.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.F. Vink, rechter, in aanwezigheid van mr. F.M. van den Assem, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 5 november 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

2.Artikel 8:29, vijfde lid, van de Awb en artikel 2.8, elfde lid, van het Procesreglement bestuursrecht rechtbanken.