De tenlastelegging.
De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaardingen van 8 april 2024.
Onder parketnummer 82.298503.22 is aan verdachte ten laste gelegd dat:
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 13 maart 2020 tot en met 9 oktober 2020 te Esbeek , in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, de CMR’s, handelspapieren en/of facturen met transporten welke hebben plaatsgevonden tussen [bedrijfsnaam 1] (in Duitsland) en [bedrijfsnaam 2] , zijnde (een) geschrifte(n) dat/die bestemd was/zijn om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft zij en/of haar medeverdachte(n) valselijk of in strijd met de waarheid:
A. (met betrekking tot het transport op d.d. 13 maart 2020)
- op de CMR (deel voor vervoerder, deel 3) (met kenmerk: 36367561) (DOC-2071, p. 1.977) heeft vermeld dat het ging om ‘Slib van slachterij bestaande uit ongeboren mest met bloed’, en/of,
- op het handelsdocument (DOC-2072 tot en met 2075, p. 1.978 tot en met 1.981) heeft vermeld dat het ging om ‘Slib van slachterij bestaande uit ongeboren mest met bloed’, en/of,
- op de factuur tussen [bedrijfsnaam 2] en [bedrijfsnaam 3] (met kenmerk: 2020.0009) (DOC-2243, p. 2.169) heeft vermeld dat het ging ‘Aanvoer Slib runderslachterij’, en/of,
- op de factuur tussen [bedrijfsnaam 3] en [bedrijfsnaam 1] (met kenmerk: 2020183) (DOC-2061, p. 1.965) heeft vermeld dat het ging om ‘Transport Magen- und Darminhalt gemischt mit Blut’, en/of,
- op de CMR (deel voor de geadresseerde, deel 2) (met kenmerk: 36367561) (DOC-2417, p. 2.266) heeft vermeld dat het ging om ‘Slib van slachterij bestaande uit ongeboren mest met bloed’, en/of,
B. (met betrekking tot het transport op d.d. 29 mei 2020)
- op de CMR (deel voor vervoerder, deel 3) (met kenmerk: 36365092) (DOC-2123, p. 2.037) heeft vermeld dat het ging om ‘Slib van slachterij bestaande uit ongeboren mest met bloed’, en/of,
- op het handelsdocument (DOC-2124 tot en met 2126, p. 2.038 tot en met 2.040) heeft vermeld dat het ging om ‘Slib van slachterij bestaande uit ongeboren mest met bloed’, en/of,
- op de factuur tussen [bedrijfsnaam 2] en [bedrijfsnaam 3] (met kenmerk: 2020.0014) (DOC-2247, p. 2.173) heeft vermeld dat het ging ‘Slib slachterij’, en/of,
- op de factuur tussen [bedrijfsnaam 3] en [bedrijfsnaam 1] (met kenmerk: 20200313) (DOC-2101, p. 2.012) heeft vermeld dat het ging om ‘Transport Magen- und Darminhalt gemischt mit Blut’, en/of,
- op de CMR (deel voor de geadresseerde, deel 2) (met kenmerk: 36365092) (DOC-2462, p. 2.312) heeft vermeld dat het ging om ‘Slib van slachterij bestaande uit ongeboren mest met bloed’, en/of,
C. (met betrekking tot het transport op d.d. 17 juli 2020)
- op de CMR (deel voor vervoerder, deel 3) (met kenmerk: 36367018) (DOC-2164, p. 2.084) heeft vermeld dat het ging om ‘Slib van slachterij bestaande uit ongeboren mest met bloed’, en/of,
- op het handelsdocument (DOC-2165 tot en met 2167, p. 2.085 tot en met 2.087) heeft vermeld dat het ging om ‘Slib van slachterij bestaande uit ongeboren mest met bloed’, en/of,
- op de factuur tussen [bedrijfsnaam 2] en [bedrijfsnaam 3] (met kenmerk: 2020.0018) (DOC-2251, p. 2.177) heeft vermeld dat het ging ‘Slib slachterij’, en/of,
- op de factuur tussen [bedrijfsnaam 3] en [bedrijfsnaam 1] (met kenmerk: 20200436) (DOC-2151, p. 2.068) heeft vermeld dat het ging om ‘Transport Magen- und Darminhalt gemischt mit Blut’, en/of,.
- op de CMR (deel voor de geadresseerde, deel 2) (met kenmerk: 36367018) (DOC-2497, p. 2.347) heeft vermeld dat het ging om ‘Slib van slachterij bestaande uit ongeboren mest met bloed’, en/of,
D. (met betrekking tot het transport op d.d. 18 september 2020)
- op de CMR (deel voor vervoerder, deel 3) (met kenmerk: 42399570) (DOC-2213, p. 2.140) heeft vermeld dat het ging om ‘Slib van slachterij bestaande uit ongeboren mest met bloed’, en/of,
- op het handelsdocument (DOC-2214 tot en met 2216, p. 2.141 tot en met 2.143) heeft vermeld dat het ging om ‘Slib van slachterij bestaande uit ongeboren mest met bloed’, en/of,
- op de factuur tussen [bedrijfsnaam 2] en [bedrijfsnaam 3] (met kenmerk: 2020.0025) (DOC-2256, p. 2.182) heeft vermeld dat het ging ‘Slib slachterij’, en/of,
- op de factuur tussen [bedrijfsnaam 3] en [bedrijfsnaam 1] (met kenmerk: 20200591) (DOC-2200, p. 2.124) heeft vermeld dat het ging om ‘Transport Magen- und Darminhalt gemischt mit Blut’, en/of,
- op de CMR (deel voor de geadresseerde, deel 2) (met kenmerk: 42399570) (DOC-2538, p. 2.388) heeft vermeld dat het ging om ‘Slib van slachterij bestaande uit ongeboren mest met bloed’,
terwijl bij deze/dit transport(en) in werkelijkheid runderbloed werd getransporteerd, zulks met het oogmerk om dat geschrift (telkens) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[bedrijfsnaam 2] , in of omstreeks de periode van 13 maart 2020 tot en met 9 oktober 2020 te Esbeek, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk, een vals en/of vervalst geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten:
A. (met betrekking tot het transport op d.d. 13 maart 2020)
- het handelsdocument (DOC-2418 tot en met 2419, p. 2.267 tot en met 2.268), en/of,
- de factuur tussen [bedrijfsnaam 2] en [bedrijfsnaam 3] (met kenmerk: 2020.0009) (DOC-2898, p. 2.522), en/of,
- de CMR (deel voor de geadresseerde, deel 2) (met kenmerk: 36367561) (DOC-2417, p. 2.266), en/of,
B. (met betrekking tot het transport op d.d. 29 mei 2020)
- het handelsdocument (DOC-2463 tot en met 2465, p. 2.313 tot en met 2.315), en/of,
- de factuur tussen [bedrijfsnaam 2] en [bedrijfsnaam 3] (met kenmerk: 2020.0014) (DOC-2902, p. 2.526), en/of,
- de CMR (deel voor de geadresseerde, deel 2) (met kenmerk: 36365092) (DOC-2462, p. 2.312), en/of,
C. (met betrekking tot het transport op d.d. 17 juli 2020)
- het handelsdocument (DOC-2498 tot en met 2500, p. 2.348 tot en met 2.350), en/of,
- de factuur tussen [bedrijfsnaam 2] en [bedrijfsnaam 3] (met kenmerk: 2020.0018) (DOC-2906, p. 2.530), en/of,
- de CMR (deel voor de geadresseerde, deel 2) (met kenmerk: 36367018) (DOC-2497, p. 2.347), en/of,
D. (met betrekking tot het transport op d.d. 18 september 2020)
- het handelsdocument (DOC-2539 tot en met 2541, p. 2.389 tot en met 2.391), en/of,
- de factuur tussen [bedrijfsnaam 2] en [bedrijfsnaam 3] (met kenmerk: 2020.0025) (DOC-2911, p. 2.535), en/of,
- de CMR (deel voor de geadresseerde, deel 2) (met kenmerk: 42399570) (DOC-2538, p. 2.388),
voorhanden heeft gehad door deze op te nemen in de bedrijfsadministratie, terwijl [bedrijfsnaam 2] , wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat dit/deze geschrift(en) bestemd was om gebruik te maken als ware het echt en onvervalst, zulks terwijl verdachte tezamen en in vereniging met (een) ander, althans alleen, (telkens) aan deze verboden gedraging(en) feitelijk leiding heeft gegeven en/of daartoe opdracht heeft gegeven.
Nadat de tenlastelegging met parketnummer 82.312528.28 op de terechtzitting van 6 februari 2025 is gewijzigd is aan verdachte ten laste gelegd dat:
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2017 tot en met 22 maart 2022 te Esbeek, in elk geval in Nederland, en/of België, als oprichter, leider en/of bestuurder, heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een samenwerkingsverband van één of meer natuurlijke personen en/of rechtspersonen, waaronder: [verdachte] , ), [bedrijfsnaam 4] , en/of [bedrijfsnaam 5] , en/of [bedrijfsnaam 6] ., en/of [bedrijfsnaam 2] , en/of [bedrijfsnaam 7] , en/of [bedrijfsnaam 8] , en/of [bedrijfsnaam 9] , en/of [bedrijfsnaam 11] , en/of [medeverdachte 1] , en/of [medeverdachte 2] , en/of [medeverdachte 3] , in elk geval van één of meer natuurlijke personen en/of rechtspersonen, welke organisatie telkens tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten het:
• opmaken van valse geschriften en/of het gebruikmaken van valse geschriften (artikel 225 lid 1 en lid 2 Wetboek van Strafrecht), en/of,
• in strijd met de vergunning innemen en verwerken van (niet vergunde) afvalstoffen in de co-vergistingsinstallatie(s) (artikel 2.3 onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht), en/of
• het manipuleren van de overzichten en/of het niet (juist) kunnen verantwoorden (als producent en/of handelaar) dat de op het eigen bedrijf geproduceerde of aangevoerde dierlijke meststoffen of de op de eigen onderneming aangevoerde dierlijke meststoffen zijn afgevoerd (artikel 14 Meststoffenwet), en/of,
• het vervoeren van dierlijke bijproducten en/of afgeleide producten zonder dat zij zijn vergezeld met een juist ingevuld handelsdocument (artikel 21, lid 2, Verordening (EG) nr. 1069/2009),
in elk geval tot het plegen van misdrijven.