In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiseres heeft ingesteld, omdat de minister volgens haar niet op tijd heeft beslist op het verzoek om informatie op grond van de Wet open overheid (Woo) van 30 augustus 2024. Eiseres verzoekt om informatie over de bedrijven [naam] en [naam]. De minister heeft een verweerschrift ingediend. Omdat het beroep kennelijk gegrond is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting, zoals mogelijk gemaakt door artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden. Eiseres heeft het college bij brief van 4 augustus 2025 in gebreke gesteld en meer dan twee weken gewacht met het instellen van beroep. Dit maakt het beroep ontvankelijk en gegrond. De rechtbank bepaalt dat de minister alsnog binnen twee weken na deze uitspraak een besluit moet nemen.
De rechtbank legt een dwangsom op van € 100,- per dag voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-. Eiseres krijgt het griffierecht vergoed, maar heeft geen proceskosten gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen. De uitspraak is gedaan door mr. M.M.L. Wijnen, rechter, in aanwezigheid van mr. M.A.L. Verbruggen, griffier, en is openbaar uitgesproken op 13 november 2025.