ECLI:NL:RBOBR:2025:7218
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.M.L. Wijnen
- R. van de Munckhof
- L.J.M. Timmermans
- Rechtspraak.nl
Beoordeling misbruik van recht bij weigering Woo-verzoek door gemeente Veldhoven
Eiser diende op 16 maart 2024 een omvangrijk Woo-verzoek in bij het college van burgemeester en wethouders van Veldhoven, gericht op informatie over de afhandeling van Woo- en Wob-verzoeken en de gemeentelijke richtlijn veelschrijvers. Het college besloot op 24 april 2024 het verzoek niet te behandelen op grond van artikel 4.6 van de Wet open overheid (Woo), omdat het verzoek kennelijk een ander doel had dan het verkrijgen van publieke informatie.
De rechtbank oordeelt dat het college niet tijdig, binnen twee weken na ontvangst, het besluit tot niet-behandeling heeft genomen en daarmee de toepassingsvoorwaarden van artikel 4.6 Woo niet heeft nageleefd. Dit leidt tot vernietiging van het bestreden besluit. Echter, de rechtbank stelt ook vast dat eiser misbruik van recht maakt volgens artikel 3:13 van Pro het Burgerlijk Wetboek, omdat hij het Woo-verzoek gebruikt als drukmiddel om gedragsverandering bij de gemeente af te dwingen en het verzoek omvangrijk en onevenredig is.
De rechtbank onderscheidt de bevoegdheid tot niet-behandeling op grond van artikel 4.6 Woo van het misbruik van recht zoals bedoeld in artikel 3:13 BW Pro en bevestigt dat beide bepalingen naast elkaar blijven bestaan. Omdat het misbruik van recht vaststaat, blijven de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand en hoeft het college het verzoek niet alsnog te behandelen.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit, handhaaft de rechtsgevolgen daarvan en gelast het college het betaalde griffierecht aan eiser te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd maar de rechtsgevolgen blijven in stand wegens misbruik van recht.