Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.[eiseres 1] (SHE 24/2771),
2.[eiser 2] (SHE 24/2795),
3.[eiseres 3] (SHE 24/2796),
4.[eiser 4] (SHE 24/2797),eiser 45. [eisers 5] (SHE 24/2798),eisers 5
6.[eiser 6] (SHE 24/2799),eiser 67. [eisers 7][eisers 7] (SHE 24/2800),
8. [eiseres 8](SHE 24/2803)
(gemachtigde: mr. E.T. Stevens),
Het dagelijks bestuur gaat de Lage Raam daartoe meer natuurlijk inrichten, een bergingsgebied maken, nieuwe stuwen aanleggen en het waterpeil verhogen. Volgens het waterschap zorgen de maatregelen naast een stabieler peil ook voor verbetering van de natuur en de waterkwaliteit. De maatregelen moeten er ook toe leiden dat Grave beter tegen overstromingen wordt beschermd.
9.3 In het Gebiedsplan Raam, waar het projectgebied een onderdeel van is, zijn de doelstellingen, voor zover van belang voor het Projectplan, als volgt omschreven:
- Optimalisatie van het watersysteem voor landbouw en natuur. Dit houdt bijvoorbeeld in dat er goed ingespeeld moet kunnen worden op peilschommelingen als gevolg van klimaatverandering (voldoende water bij droogte en niet te veel water bij flinke buien).
- Realisatie van gestuurde waterberging om de kans op wateroverlast in Grave te verminderen bij een combinatie van hoge afvoeren op de Raam en de Maas.
- Robuust watersysteem: Optimalisatie van het watersysteem om beter water te conserveren (vast te houden) voor landbouw en natuur.
- Natuurlijke inrichting van de beek: Beekherstel (verweven) door inrichting van de Lage Raam als Moerasbeek (R20) – Verweven Beekherstel waarbij een natuurlijke inrichting wordt gerealiseerd en invulling wordt gegeven aan de KRW-opgave.
- Vismigratie: Oplossen van zeven vismigratieknelpunten in het gebied door middel van natuurlijke én technische passages
- Natuurvriendelijke oevers: Realisatie van natuurvriendelijke maatregelen in het Peelkanaal en de watergang die de Lage Raam met de Laarakkerse Waterleiding verbindt. Hiermee wordt invulling gegeven aan de KRW-opgave voor deze watergangen.
- Realisatie waterberging: Realisatie van een tijdelijke gestuurde berging van ca. 600.000 m3 water in het plangebied om de kans op wateroverlast in Grave te verminderen. De inzet van waterberging wordt voorzien in zeldzame situaties waarbij hoogwater op de Maas voorkomt in combinatie met extreme afvoer op de Raam.
- Ecologische verbindingszone (EVZ): verbinding maken met de EVZ van de Graafsche Raam om natuurgebieden te verbinden, leefgebieden van soorten te vergroten en migratie mogelijk te maken.
- Benutten kansen voor recreatie en cultuurhistorie.
9.5 Het Projectplan bevat de aanleg of wijziging van onder meer de volgende waterstaatswerken:
- Aanpassing van het profiel van de Lage Raam door het breed en ondiep maken van een deel van de Lage Raam om water te kunnen bufferen (beekherstel);
- De aanleg van een nieuwe stuw: stuw Egweg;
- Aanleggen van een waterbergingsgebied tussen de stuw Kammerberg en de nieuw aan te leggen stuw Egweg.
- Aanleggen van een nieuwe stuw Meisevoort in de Biestgraaf;
- Het aanbrengen van stortsteen voor de gestreken stuw Garis en het aanbrengen daar van een gemaal.
- Eiser 2 heeft een melkveehouderij aan de [adres] en [adres] in [plaats] .
- Eiseres 3 heeft een melkveehouderij. In het projectgebied liggen drie percelen die zij daarvoor gebruikt. Deze zijn gelegen aan de [adres] en de [adres] , nabij Stuw Meisevoort.
- Eiser 4 heeft een melkrundveehouderij aan de [adres] in [plaats] .
De percelen die in het projectgebied zijn gelegen, grenzen aan de [adres] of liggen daar dichtbij.
- Eisers 5 hebben een varkenshouderij en akkerbouwbedrijf aan de [adres] te [plaats] . Het perceel dat in het projectgebied is gelegen, ligt tussen beide zijden van de [adres] (west- en oostzijde). Het perceel ligt in de buurt van Stuw Garisveld.
- Eiser 6 heeft een melkrundveehouderij te [plaats] . In het projectgebied gebruikt hij percelen die zijn gelegen aan de [adres] de [adres] . De percelen aan de [adres] liggen aan het bergingsgebied dat het dagelijks bestuur in het Projectplan heeft voorzien.
- Eiseres 8 heeft een melkveebedrijf met weilanden en maisteelt die zijn gelegen aan de [adres] tussen [plaats] en [plaats] . De percelen liggen tussen de [adres] en verkeersweg [naam] . Verspreid in het gebied liggen nog twee percelen: een aan de [adres] die grenst aan twee percelen van eiser 3 en een aan de [adres] .
12.2 Het streefpeil dat het dagelijks bestuur heeft vastgesteld, wordt met het projectplan niet bindend vastgelegd. Met het streefpeil ontstaat namelijk geen plicht voor het dagelijks bestuur om het peil zoveel mogelijk te handhaven, anders dan het geval is bij een peilbesluit. Het vastgestelde streefpeil is wel onderdeel van het project. De nadelige gevolgen die het gewijzigde streefpeil kan hebben voor eisers moeten door het dagelijks bestuur worden betrokken bij zijn belangenafweging. Daarom moet het dagelijks bestuur de reden voor wijziging van het streefpeil motiveren, in beeld brengen of de wijziging nadelige gevolgen voor eisers heeft en, zo ja, hoe de nadelige gevolgen zoveel mogelijk kunnen worden beperkt. In zoverre is de vaststelling van het streefpeil een onderdeel van de toetsing van het Projectplan door de rechtbank. Met andere woorden: het vaststellen van het streefpeil bindt niet, is geen (afzonderlijk) besluit, maar is wel onderdeel van het project en ligt als onderdeel wel voor bij de toetsing van het Projectplan en de motivering daarvan.
- vastgestelde streefpeilen;
- rapportages over hydrologische effecten;
- hydrologische effecten per perceel;
- nadelige gevolgen voor de bedrijven van eisers (landbouwkundige gevolgen);
- mitigerende maatregelen (generiek en individueel).
vastgestelde streefpeilen
Rapporten Tauw en BHZ16. Het dagelijks bestuur heeft aan het Projectplan diverse rapporten ten grondslag gelegd van adviesbureau Tauw (Tauw) en BWZ ingenieurs (BWZ). In een rapport van 18 september 2023 heeft Tauw in opdracht van het waterschap het definitief ontwerp voor de herinrichting van de Lage Raam getoetst aan de hydrologische uitgangspunten van het waterschap voor het Gebiedsplan van de Raam. In het rapport van 14 september 2023 heeft Tauw, ook in opdracht van het waterschap, de hydrologische effecten van de wijziging van de peilopzet en andere maatregelen van het Projectplan in beeld gebracht. In een rapport van 21 september 2023 van BWZ is voor verschillende eigenaren in het gebied onderzocht of natschade optreedt en, zo ja, of dit aanleiding is om mitigerende maatregelen te treffen (rapport van BWZ).
In het Projectplan is in paragraaf 5.4.2 de methodiek voor de berekeningen van het grondwaterniveau verder toegelicht. Daarin staan ook de aanpassingen die door Tauw zijn aangebracht ten opzichte van het model GRAMM 2.0. Ook staat daar dat de resultaten van de berekeningen voor de referentiesituatie zijn getoetst aan metingen in peilbuizen.
- De beoordeling is alleen gemaakt voor “natschade”; vermindering van “droogteschade” is niet meegenomen en wordt dus ook niet gesaldeerd met natschade.
- Snijmais is als maatgevend referentiegewas toegepast.
- Alleen als de natschade op een aanzienlijk deel van de locatie met meer dan 5% toeneemt ten opzichte van de referentieperiode, wordt een (individuele) mitigerende maatregel overwogen.
Hydrologische effecten algemeen
Nadelige gevolgen voor de bedrijven van eiseres (landbouwkundige gevolgen)19. Diverse eisers hebben aangevoerd dat, bij de inschatting van de gevolgen voor de bedrijfsvoering van eisers, ten onrechte geen rekening is gehouden met de effecten in geval van zeer hevige regenval en dat het niet juist is om alleen snijmais als referentiegewas toe te passen, omdat zij verschillende gewassen telen en eens in de zoveel tijd aan gewasroulatie moeten doen om de grond vruchtbaar te houden. Naar aanleiding van de vragen die hierover zijn gesteld door de rechter-commissaris tijdens de inlichtingencomparitie, is het dagelijks bestuur onder meer op de hiervoor door eisers aangedragen stellingen en argumenten ingegaan. In de aanloop naar de antwoordbrief inzake de inlichtingencomparitie is gecorrespondeerd tussen de gemachtigde van eisers 2 tot en met 7 en het dagelijks bestuur over de vraag of snijmais geschikt is als referentiegewas. De rechtbank zal hierna aan de hand van het Projectplan, de rapporten van Tauw en BWZ, de antwoordbrief, inclusief de correspondentie daarover, en de zitting van 19 maart 2025 ingaan op de stellingen en argumenten die eisers op dit punt naar voren hebben gebracht.
Mitigerende maatregelen (generiek en individueel)20. Eisers betogen dat het dagelijks bestuur ten onrechte geen individuele mitigerende maatregelen heeft getroffen om de nadelige gevolgen voor hun percelen te voorkomen. Voor zover een generieke maatregel is getroffen, bestrijdt eiseres 8 dat de mitigerende maatregel in de Tochtsloot afdoende is. Daarvoor verwijst zij naar een memo van 14 maart 2024 van een hydroloog die werkzaam is bij het waterschap.
generieke maatregelenworden getroffen:
Deze generieke maatregelen zijn betrokken bij de berekening van de hydrologische effecten en de landbouwkundige gevolgen van het Projectplan. De werking ervan is beschreven in de antwoordbrief van het dagelijks bestuur.
ook individuele mitigerende maatregelenaan. Deze voorwaarden staan beschreven in het rapport van BWZ als criteria. De rechtbank verwijst voor de voorwaarden naar overweging 16.3 van deze uitspraak. In het rapport van BWZ is voor een aantal percelen ook een beoordeling gemaakt of een individuele mitigerende maatregel nodig is.
“Naast een streefpeil hebben stuwen ook een beheermarge. De onderkant van deze beheermarge is vaak 20 cm onder het streefpeil en de bovenkant van de beheermarge is vaak 10 cm boven het streefpeil. De beheermarge geeft meer sturingsruimte aan het watersysteem in respectievelijk natte en droge omstandigheden. Indien de aanleiding aanwezig is om extra water te conserveren of extra water af te laten kan het district besluiten om binnen de beheermarge de stuwstand aan te passen.”
Het betoog van eiseres 8 slaagt niet.
“In het gebied van de Lage Raam is een uitgebreid netwerk van 24 grondwaterpeilbuizen aanwezig sinds 2020. In 2022 is dit meetnet nog uitgebreid met 13 extra peilbuizen, onder andere in overleg met de betrokken belanghebbenden in het gebied. Daarnaast zijn er nog 13 peilbuizen aanwezig in het gebied waar grondeigenaren zelf handmetingen uitvoeren en doorgeven aan het waterschap. Het grondwatermeetnet is gebruikt om het grondwatermodel te kalibreren en is bovendien representatief voor het bepalen van een betrouwbare nulmeting van de grondwaterstanden in het gebied vóór de peilverhoging. Doordat nu al wordt gemeten is straks een voldoende lange meetreeks beschikbaar van voorafgaand aan het instellen van het nieuwe peil. Het peil bij de nieuwe stuwen Egweg en Meisevoort wordt, na oplevering van de herinrichtingswerkzaamheden, gefaseerd in twee gelijke stappen verhoogd naar het eindpeil van resp. 7,60m+ NAP en 8,40m+ NAP. Tussen de stappen zit twee jaar, waarin de verandering van de grondwaterstanden wordt gemonitord in de omgeving. De monitoringsgegevens en analyses daarop vormen de basis voor een evaluatie en beslismoment om de volgende peilstap na die twee jaar door te voeren. De exacte aanpak van deze monitoring wordt nader uitgewerkt in het nog op te stellen monitoringsplan. Voor Stuw Kammerberg en De Gagel wordt het streefpeil direct ingezet.”
Als een projectplan niet onherroepelijk is, blijft het oude recht daarop van toepassing als een ontwerp daarvan voor de inwerkingtreding van afdeling 5.1 van de Omgevingswet ter inzage is gelegd.
Afdeling 2 is van toepassing op alle besluiten die krachtens enig wettelijk voorschrift zijn vereist voor de ontwikkeling of verwezenlijking van de in bijlage I bij deze wet bedoelde categorieën ruimtelijke en infrastructurele projecten dan wel voor de in bijlage II bij deze wet bedoelde ruimtelijke en infrastructurele projecten.
Aanleg of wijziging van waterstaatswerken als bedoeld in artikel 7 van de Wet op de waterkering of artikel 5.4, eerste lid, van de Waterwet.
1. De aanleg of wijziging van een waterstaatswerk door of vanwege de beheerder geschiedt overeenkomstig een daartoe door hem vast te stellen projectplan. Met de aanleg of wijziging van een waterstaatswerk wordt gelijkgesteld de uitvoering van een werk tot beïnvloeding van een grondwaterlichaam.
2. Het plan bevat ten minste een beschrijving van het betrokken werk en de wijze waarop dat zal worden uitgevoerd, alsmede een beschrijving van de te treffen voorzieningen, gericht op het ongedaan maken of beperken van de nadelige gevolgen van de uitvoering van het werk. Voor in bij algemene maatregel van bestuur te bepalen gevallen bevat het plan een inventarisatie van maatschappelijke functies en ambities en mogelijke innovaties waarmee de aanleg of wijziging van een waterstaatswerk gecombineerd zou kunnen worden, inclusief de mogelijkheden om het desbetreffende werk middels een concessie voor werken of andere vorm van publiek-private samenwerking te realiseren.
Aan degene die als gevolg van de rechtmatige uitoefening van een taak of bevoegdheid in het kader van het waterbeheer schade lijdt of zal lijden, wordt op zijn verzoek door het betrokken bestuursorgaan een vergoeding toegekend, voor zover de schade redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven en voor zover de vergoeding niet of niet voldoende anderszins is verzekerd.