De werknemer was sinds september 2021 ziek gemeld en startte re-integratie in het eerste spoor, maar vanwege een conflict werd dit stopgezet en werd het tweede spoor ingezet. De werknemer begon in november 2022 als CAD-tekenaar bij een andere werkgever, een functie die hij eerder ook bij de oorspronkelijke werkgever uitoefende.
In januari 2023 werd een bijgestelde probleemanalyse vastgesteld waarin werd aangegeven dat de werknemer moeite had met concentreren en stress, waardoor de functie van CAD-tekenaar niet langer passend was. Ondanks deze bijstelling heeft de werkgever het zoekprofiel niet adequaat aangepast en bleef de werknemer werkzaamheden verrichten die zijn belastbaarheid te boven gingen.
Het UWV legde daarom een loonsanctie op, omdat de re-integratie-inspanningen onvoldoende waren. De werkgever voerde aan dat zij het zoekprofiel bewust niet had aangepast om de werknemer rust te geven en dat het besluit van het UWV in strijd was met het zorgvuldigheids-, vertrouwens- en motiveringsbeginsel.
De rechtbank oordeelt dat de werkgever onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar passende werkzaamheden en dat het UWV terecht de loonsanctie heeft opgelegd. Ook zijn de bezwaren tegen het zorgvuldigheids-, motiverings- en vertrouwensbeginsel ongegrond. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de loonsanctie blijft in stand.