Uitspraak
1.De procedure
- de mondelinge behandeling ter zitting van 20 januari 2025;
- de pleitnota van mr. Thielens;
- de pleitnota van mr. Van den Reek.
2.De feiten
1 november 2024waarbij de huur wordt opgezegd per uiterlijk
30 november 2024.
Rechtbank Oost-Brabant
De zaak betreft een kort geding tussen Stichting Trudo en een huurder die sinds oktober 2022 in detentie verblijft en de woning meer dan twee jaar niet bewoont. Trudo vordert ontruiming van de woning en betaling van huurachterstanden, stellende dat de huurder zijn verplichting tot goed huurderschap schendt door niet te bewonen en niet te informeren over de detentie.
De kantonrechter stelt vast dat het huurcontract geen expliciete verplichting tot bewoning bevat, maar dat langdurige afwezigheid onder omstandigheden een schending van goed huurderschap kan vormen. De huurder heeft echter aannemelijk gemaakt dat hij niet bewust Trudo heeft willen misleiden en de huur steeds is voldaan. Tevens is er toezicht en beheer van de woning geregeld.
Gezien de belangenafweging weegt het belang van de huurder om na detentie terug te keren en dakloosheid te voorkomen zwaarder dan het belang van Trudo om de woning snel te herverhuren. De vorderingen tot ontruiming en huurbetaling worden afgewezen. Trudo wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot ontruiming en huurbetaling wordt afgewezen omdat geen schending van goed huurderschap is vastgesteld en de huurder spoedig terugkeert.