ECLI:NL:RBOBR:2025:4861
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting ondanks verwarring over gratis parkeerbord
De heffingsambtenaar legde op 4 maart 2025 een naheffingsaanslag parkeerbelasting op aan een B.V. wegens parkeren zonder geldig parkeerbewijs op 22 februari 2025. De feitelijk parkeerder maakte bezwaar en stelde beroep in tegen de bestreden uitspraak die de naheffingsaanslag handhaafde.
De rechtbank oordeelde dat de feitelijk parkeerder gerechtigd was bezwaar en beroep te maken. De heffingsambtenaar slaagde erin aannemelijk te maken dat de parkeerplaats was aangewezen als betaald parkeren en dat de parkeerder duidelijk was gepasseerd langs zoneborden die dit aangaven. Het onderbord 'gratis' bij de naastgelegen gehandicaptenparkeerplaats leidde niet tot verwarring, maar gaf juist aan dat de door eiser gebruikte parkeerplaats wel betaald moest worden.
Verder stelde eiser dat hij onterecht geen foto's van zijn parkeeractie had ontvangen. De rechtbank volgde de heffingsambtenaar omdat eiser in de bezwaarfase niet om toezending van de foto's had verzocht.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het griffierecht af. De uitspraak werd gedaan door rechter A.F. Vink op 1 augustus 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard.