ECLI:NL:RBOBR:2025:4434

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
11 juli 2025
Publicatiedatum
11 juli 2025
Zaaknummer
01-121250-21
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 27 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering tot tenuitvoerlegging resterende voorwaardelijke gevangenisstraf na niet-naleving bijzondere voorwaarden

In deze strafzaak heeft de rechtbank Oost-Brabant op 11 juli 2025 uitspraak gedaan over de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van het resterende deel van een eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf. Veroordeelde had een gevangenisstraf van 27 maanden opgelegd gekregen, waarvan 16 maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden en een proeftijd van drie jaar.

De rechtbank nam kennis van het reclasseringsrapport en de toelichting van deskundigen, waaruit bleek dat veroordeelde nagenoeg alle bijzondere voorwaarden langere tijd niet had nageleefd. Veroordeelde was niet verschenen op de terechtzitting, maar had afstand gedaan van zijn recht om aanwezig te zijn. De rechtbank stelde vast dat er geen bijzondere omstandigheden waren die de tenuitvoerlegging in de weg stonden.

Eerder had de rechtbank al een gedeeltelijke tenuitvoerlegging bevolen van zes maanden gevangenisstraf. Nu resteerde nog een deel van 265 dagen gevangenisstraf. De rechtbank concludeerde dat de vordering aan alle wettelijke eisen voldeed en dat de officier van justitie ontvankelijk was. Daarom werd de gevorderde tenuitvoerlegging van het resterende deel van de voorwaardelijke straf gelast.

Uitkomst: De rechtbank gelast de tenuitvoerlegging van het resterende deel van 265 dagen gevangenisstraf wegens niet-naleving van bijzondere voorwaarden.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Locatie 's-Hertogenbosch
Strafrecht
Parketnummer: 01-121250-21
Hof parketnummer: 20-002013-22
Uitspraakdatum: 11 juli 2025

Beslissing na voorwaardelijke veroordeling

Beslissing op de vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank betreffende veroordeelde:

[verdachte] ,

geboren te [geboortedag] op [geboortedatum] 1973,
wonende te [adres] ,
thans gedetineerd te: P.I. Grave,
hierna: veroordeelde,
is niet verschenen.
Veroordeelde is naar behoren opgeroepen, maar niet verschenen. Veroordeelde heeft afstand gedaan van zijn recht om ter terechtzitting aanwezig te zijn.

Het onderzoek ter terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter openbare terechtzitting van 27 juni 2025.
Daarbij zijn gehoord:
- de officier van justitie mr. T. Kemper;
- de raadsman, mr. A.J. Sprey, advocaat te Amsterdam;
- mevrouw I. Evers, reclasseringswerker;
- mevrouw G. van Zeeland, reclasseringswerker.
Bij onherroepelijk geworden arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 21 juni 2024 is aan de veroordeelde onder meer opgelegd: een gevangenisstraf voor de duur van 27 maanden waarvan 16 maanden voorwaardelijk, met een aantal bijzondere voorwaarden, en met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek Pro van Strafrecht en een proeftijd van 3 jaren.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie van 12 juni 2025.
De vordering van de officier van justitie strekt tot de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf ten aanzien waarvan bevel was gegeven dat deze
voorwaardelijk niet zou worden tenuitvoergelegd.
De rechtbank heeft bij haar oordeel acht geslagen op de inhoud van het reclasseringsrapport van 3 juni 2025, de toelichting op de terechtzitting van de deskundigen en de standpunten van de officier van justitie en de raadsman.

Procesverloop.

Bij beslissing van deze rechtbank van 7 november 2024 is al een gedeeltelijke tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf bevolen, te weten een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden.
De rechter-commissaris heeft op 6 juni 2025 de voorlopige tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf bevolen. De rechtbank doet einduitspraak op 11 juli 2025. De rechtbank begrijpt dat daarmee een gedeelte van 265 dagen resteert.

De beoordeling.

De vordering voldoet aan alle wettelijke eisen. Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd tot behandeling van deze vordering. Uit het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.
Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde nagenoeg alle bijzondere voorwaarden langere tijd niet heeft nageleefd. Bijzondere omstandigheden die aan de tenuitvoerlegging in de weg staan zijn niet aanwezig.
De rechtbank zal dan ook de gevorderde tenuitvoerlegging gelasten.

DE BESLISSING

De rechtbank:
-
wijstde vordering
toe;
-
gelastde tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij arrest van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch van 21 juni 2024, gewezen onder parketnummer 20-002013-22, te weten:
265 dagen gevangenisstraf.
Deze beslissing is gegeven door
mr. M.M.L.A.T. Doll, voorzitter,
mr. W.B. Kok en mr. S.S. Arendse, leden,
in tegenwoordigheid van S. Durmuş, griffier,
en is uitgesproken op 11 juli 2025.
De oudste rechter en jongste rechter zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.