ECLI:NL:RBOBR:2025:3205
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor seksueel binnendringen van minderjarige onder twaalf jaar
De rechtbank Oost-Brabant heeft verdachte, die op het moment van het plegen van het feit 15 jaar was, veroordeeld voor het plegen van seksuele handelingen die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van een slachtoffer dat toen nog geen twaalf jaar oud was. Het bewezenverklaarde betreft handelingen zoals betasten van de borsten, het brengen en bewegen van een vinger in de vagina, en orale penetratie.
De rechtbank achtte de aangifte van het slachtoffer betrouwbaar en geloofwaardig, mede ondersteund door steunbewijs zoals verklaringen van de moeder van het slachtoffer en bevestigingen door verdachte en zijn familie. Verdachte ontkende de ten laste gelegde feiten, maar zijn ontkenning werd door de rechtbank als ongeloofwaardig beoordeeld.
De strafbepaling vond plaats binnen het jeugdstrafrecht, waarbij de rechtbank rekening hield met de ernst van het feit, de jeugdige leeftijd van verdachte, het gebruik van dwang en de impact op het slachtoffer. De rechtbank legde een jeugddetentie van 6 maanden op, minder dan de door de officier van justitie gevorderde 12 maanden.
Daarnaast werd een schadevergoeding van 7.500 euro toegekend aan het slachtoffer wegens immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf het delict tot volledige voldoening. De rechtbank legde tevens een schadevergoedingsmaatregel op waarbij betaling aan de Staat plaatsvindt, met een gijzelingsmogelijkheid bij niet-betaling.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 6 maanden jeugddetentie en betaling van 7.500 euro immateriële schadevergoeding aan het slachtoffer.