Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
- Het Openbaar Ministerie zal ter terechtzitting een gevangenisstraf van 6 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren vorderen voor de feiten 1 t/m 4. Daarnaast zal het OM voor de feiten 1 t/m 4 een werkstraf voor de duur van 120 uren, te vervangen door 60 dagen hechtenis bij niet of niet volledig uitvoeren vorderen;
- Verdachte verklaart geen bezwaar te hebben tegen kennisgeving aan het CJIB van de gemaakte procesafspraken om te kunnen komen tot executie;
- Het Openbaar Ministerie zal niet overgaan tot vervolging van nieuwe, met de huidige ten laste gelegde feiten vergelijkbare/samenhangende strafbare feiten welke mogelijk uit het in onderzoek 26Swinton onderzochte bron (communicatie via ANOM via de accounts 00d9a5 in de ten laste gelegde periode) nog naar voren kunnen komen of zijn gekomen;
- Verdachte trekt de reeds ingediende en toegewezen onderzoekswensen in;
- Door de verdediging worden geen verweren ex artikel 348 Sv Pro gevoerd;
- Door de verdediging worden geen bewijsverweren en strafuitsluitingsverweren gevoerd;
- Door de verdediging worden geen strafmaatverweren gevoerd;
- Indien de rechtbank afwijkt van het door verdachte, diens advocaat en het OM overeengekomen afdoeningsvoorstel, keert de zaak terug naar de regiefase;
- Door de verdediging en het Openbaar Ministerie wordt geen hoger beroep ingesteld indien de rechtbank komt tot een bewezenverklaring en strafoplegging conform de tussen de verdachte/verdediging en het Openbaar Ministerie gemaakte afspraken;
- Verdachte is aanwezig bij de inhoudelijke zitting en de uitspraak;
- Verdachte zal zich niet aan de tenuitvoerlegging van zijn straf(fen) onttrekken.