Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- mr. J.D. de Bruin, advocaat van betrokkene;
- [naam] , zorgverantwoordelijke;
- [naam] , beoogd casemanager;
- [naam] , beeogd casemanager;
- [naam] , politieagent
- [naam] , politieagent.
Rechtbank Oost-Brabant
De rechtbank Oost-Brabant heeft op 8 april 2025 een zorgmachtiging verleend aan betrokkene, die lijdt aan een psychische stoornis met een voorlopige diagnose van paranoïde psychose. Betrokkene weigerde medewerking aan onderzoek door een onafhankelijke psychiater, die op basis van dossieronderzoek en contact met zorgverleners een medische verklaring opstelde.
Er is vastgesteld dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt, waaronder geluidsoverlast, ernstige verwaarlozing van de woonomgeving en risico op psychische schade. Diverse buren en zorgverleners hebben dit bevestigd. Betrokkene verzet zich tegen zorg en houdt contact af, waardoor vrijwillige zorg niet mogelijk is.
De rechtbank oordeelt dat het wilsbekwaam verzet niet voldoende toegelicht is en dat verplichte zorg noodzakelijk is. De toegewezen zorg omvat medicatie, medische controles, therapeutische maatregelen, bewegingsbeperkingen, beperkingen in vrijheid en opname in een accommodatie, met uitzondering van het toedienen van vocht en voeding, insluiting en toezicht.
De machtiging geldt voor zes maanden tot 8 oktober 2025. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven en de toegewezen zorg is evenredig en effectief geacht. Tegen de beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met verplichte zorgmaatregelen aan betrokkene.