Uitspraak
DE TECHNISCHE UNIVERSITEIT,
Rechtbank Oost-Brabant
Werknemer was sinds 2000 in dienst bij TU/e en vervulde de functie van Universitair Hoofddocent. Vanaf 2015 ontstonden conflicten over functioneren en sociale onveiligheid op de werkvloer. Werkgever legde maatregelen op wegens vermeend disfunctioneren, maar trok deze later in en bood excuses aan. Werkgever deed meerdere pogingen tot oplossing, waaronder mediation en compensatievoorstellen, maar werknemer blokkeerde deze en eiste een bevordering tot hoogleraar als compensatie.
Werkgever verzocht ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens verwijtbaar handelen en een verstoorde arbeidsverhouding. Werknemer voerde verweer dat hij zich welwillend opstelde en dat werkgever onvoldoende inspanningen leverde. De kantonrechter oordeelde dat werknemer verwijtbaar handelde door elke redelijke oplossing te blokkeren en vast te houden aan onredelijke eisen, waardoor voortzetting van de arbeidsovereenkomst niet mogelijk was.
Ernstig verwijtbaar handelen van werknemer werd niet vastgesteld, waardoor recht op transitievergoeding bestond. De kantonrechter wees een transitievergoeding van €82.544,61 toe, met wettelijke rente vanaf 1 juni 2025. De arbeidsovereenkomst werd ontbonden met ingang van 1 mei 2025. Proceskosten werden toegewezen aan werkgever, en het tegenverzoek van werknemer werd afgewezen.
Uitkomst: Arbeidsovereenkomst ontbonden per 1 mei 2025 wegens verwijtbaar handelen werknemer, transitievergoeding toegekend.