ECLI:NL:RBOBR:2025:117
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vaststelling definitieve NOW-1 tegemoetkoming na herstructurering binnen concern
Eiseres, onderdeel van een groep tandartspraktijken, maakte bezwaar tegen de hoogte van de definitieve tegemoetkoming op grond van de NOW-1-regeling, omdat door een herstructurering binnen de groep per 1 maart 2020 vier werknemers naar een andere groepsvennootschap zijn overgegaan. Hierdoor daalde de loonsom bij eiseres, wat leidde tot een lagere subsidie. Eiseres betoogde dat deze lagere loonsom geen reële kostenbesparing betrof, maar slechts een verschuiving binnen de groep, en verzocht om maatwerk bij de vaststelling van de loonsom.
De minister handhaafde het besluit waarbij de lagere loonsom werd meegewogen, omdat de herstructurering niet puur administratief was en de regeling bewust uitgaat van de loonsom per loonheffingennummer. De rechtbank oordeelde dat artikel 7 NOW Pro-1 niet buiten toepassing hoeft te worden gelaten en dat de minister terecht geen maatwerk toepaste. De regeling is een generieke noodmaatregel met terughoudende rechterlijke toetsing.
De rechtbank concludeerde dat de lagere loonsom terecht is meegewogen, dat het doel van de NOW-regeling – behoud van werkgelegenheid – niet wordt ondermijnd, en dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden die maatwerk rechtvaardigen. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit over de definitieve NOW-1 tegemoetkoming wordt ongegrond verklaard.