ECLI:NL:RBOBR:2025:1122
Rechtbank Oost-Brabant
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen afwijzing toevoeging in asielprocedure
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Raad voor Rechtsbijstand om een aanvraag voor een toevoeging af te wijzen. Deze toevoeging was bedoeld voor een hoger beroepsprocedure tegen een eerdere uitspraak in een asielprocedure. De Raad had de aanvraag afgewezen omdat er al een toevoeging was verstrekt voor een eerdere procedure met hetzelfde rechtsbelang.
De rechtbank oordeelt dat het beleid van de Raad om procedures met hetzelfde rechtsbelang niet dubbel toe te voegen, juist is. Beide procedures hebben immers hetzelfde doel: het verkrijgen van een asielvergunning. De rechtbank verwijst naar artikel 6:20 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en een relevante uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State ter ondersteuning van deze beoordeling.
Verder wijst de rechtbank erop dat eiseres in hoger beroep is gegaan tegen eerdere uitspraken en dat zij reeds een verblijfsvergunning heeft gekregen. De rechtbank benadrukt ook dat de gemachtigde van eiseres frequent kort voor zittingen afmeldt, wat de zittingscapaciteit belast.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt daarmee het bestreden besluit. Eiseres krijgt het griffierecht niet terug. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de toevoeging wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.