ECLI:NL:RBOBR:2024:4935
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning en garagebox als afzonderlijke objecten
De rechtbank Oost-Brabant heeft in deze bestuursrechtelijke zaak beoordeeld of de heffingsambtenaar de WOZ-waarde van de woning en garagebox van eiser correct heeft vastgesteld. De woning en garagebox zijn op verschillende kadastrale percelen gelegen en vormen geen samenstel, waardoor zij terecht als afzonderlijke objecten zijn aangemerkt.
De heffingsambtenaar heeft de waarde van de woning vastgesteld op €328.000 en de garagebox op €14.000. Ter onderbouwing is een taxatierapport van 29 augustus 2024 overgelegd, waarin de vergelijkingsmethode is toegepast met drie vergelijkingsobjecten. De heffingsambtenaar heeft de verschillen in kwaliteit en onderhoud inzichtelijk gemaakt met correctiefactoren.
Eiser heeft aangevoerd dat de woning in een matige staat verkeert, met onder meer gedateerde keuken en badkamer, scheurvorming en schimmel, en een laag duurzaamheidsniveau. De rechtbank stelt echter vast dat eiser deze stellingen niet met bewijs heeft onderbouwd, ondanks gemaakte afspraken om fotomateriaal aan te leveren. De rechtbank volgt daarom de waardering van de heffingsambtenaar.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor de vastgestelde WOZ-waarde van de woning blijft staan en eiser het griffierecht niet wordt teruggegeven.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van de woning wordt ongegrond verklaard.