ECLI:NL:RBOBR:2024:4587
Rechtbank Oost-Brabant
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde hoekwoning met parkeergelegenheid en ligging nabij agrarische bedrijven
Eiser betwist de vastgestelde WOZ-waarde van zijn hoekwoning uit 2022, gelegen in een nieuwbouwwijk, en stelt dat de waarde te hoog is vastgesteld. De heffingsambtenaar heeft de waarde op €370.000 vastgesteld en deze gebaseerd op een taxatie met vergelijkingsmethode, waarbij drie vergelijkingsobjecten zijn gebruikt en rekening is gehouden met parkeergelegenheid op eigen erf en de ligging.
Eiser voert aan dat parkeergelegenheid niet relevant is omdat hij deze niet gebruikt, en dat de ligging nadelig is door stank- en verkeersoverlast. De rechtbank oordeelt dat parkeergelegenheid wel aanwezig is en relevant is voor de waardering. De rechtbank kan taxatietechnische waarderingen niet op juistheid toetsen, maar vindt de onderbouwing van de heffingsambtenaar inzichtelijk en begrijpelijk. De stank- en verkeersoverlast wegen niet zwaar genoeg om een lagere waardering te rechtvaardigen.
Voorts is een ambtshalve verlaging in het voorgaande jaar niet relevant voor het huidige belastingjaar en is de afnemende belangstelling in 2023 niet relevant voor de waardepeildatum 1 januari 2022. De door eiser voorgestelde lagere waarden zijn onvoldoende onderbouwd. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de vastgestelde WOZ-waarde gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de waarde van €370.000 blijft gehandhaafd.