ECLI:NL:RBOBR:2024:4167
Rechtbank Oost-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Intrekking verzoek voorlopige voorziening en proceskostenveroordeling na toewijzing VOG-aanvraag
Verzoeker heeft zijn verzoek om een voorlopige voorziening ingetrokken nadat de minister van Justitie en Veiligheid het eerdere besluit van 27 december 2019 heeft herroepen en alsnog zijn aanvraag om een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) heeft ingewilligd. De voorzieningenrechter heeft vervolgens het verzoek om proceskostenveroordeling beoordeeld.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de minister met het herroepen van het eerdere besluit en het alsnog toewijzen van de VOG-aanvraag geheel tegemoet is gekomen aan het verzoek van verzoeker. Dit betekent dat de minister op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan worden veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe en veroordeelt de minister tot betaling van € 875,- aan verzoeker, zijnde de kosten van de ingediende proceshandeling. Tevens wijst de voorzieningenrechter erop dat verzoeker het betaalde griffierecht van € 174,- rechtstreeks bij de minister kan claimen.
De uitspraak is gedaan zonder zitting op 9 september 2024 door voorzieningenrechter S.D.M. Michael te 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot betaling van € 875,- proceskosten aan verzoeker na herroeping van het primaire besluit en toewijzing van de VOG-aanvraag.