De rechtbank Oost-Brabant behandelde het beroep van eiseressen tegen een loonsanctie opgelegd aan de werkgeefster door het UWV. De loonsanctie hield in dat de werkgeefster het loon van de werkneemster moest doorbetalen tot 18 januari 2023 wegens onvoldoende re-integratieverplichtingen.
De werkneemster, die vanwege Multiple Sclerose en zwangerschapsklachten ziek was gemeld, stelde beroep in maar werd door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang. De werkgeefster voerde aan dat de bedrijfsarts terecht had vastgesteld dat de werkneemster geen benutbare mogelijkheden had, maar het UWV stelde dat de bedrijfsarts onjuiste belastbaarheid had aangenomen.
De rechtbank oordeelde dat de bedrijfsarts zijn professionele marge had overschreden door te stellen dat de werkneemster bedlegerig was, terwijl uit de aantekeningen bleek dat zij nog enige activiteiten kon verrichten. Hierdoor was sprake van een tekortkoming in het sociaal medisch handelen, die voor rekening en risico van de werkgeefster kwam. De rechtbank handhaafde de loonsanctie en wees de proceskostenvergoedingen af.