De rechtbank Oost-Brabant heeft op 22 december 2023 uitspraak gedaan in een zaak waarin verdachte werd veroordeeld voor het feitelijk leidinggeven aan het opzettelijk niet afdragen van loonbelasting en medeplegen van gewoontewitwassen. Verdachte en het Openbaar Ministerie zijn tot procesafspraken gekomen, waarbij het wederrechtelijk verkregen voordeel werd vastgesteld op €52.000.
De rechtbank heeft de overeenkomst tussen partijen beoordeeld aan de hand van het arrest van de Hoge Raad van 27 september 2022 en heeft vastgesteld dat verdachte vrijwillig en bewust heeft ingestemd met de procesafspraken. De rechtbank benadrukte dat zij niet gebonden is aan deze afspraken, maar dat deze wel zorgvuldig tot stand zijn gekomen.
De veroordeling voor het niet afdragen van loonbelasting valt onder de Algemene wet inzake rijksbelastingen, waardoor ontneming van het corresponderende voordeel niet mogelijk is via de strafrechtelijke ontnemingsmaatregel. Het vastgestelde bedrag van €52.000 heeft daarom uitsluitend betrekking op het medeplegen van gewoontewitwassen.
De rechtbank acht het bedrag redelijk en legt verdachte een betalingsverplichting op tot ontneming van dit bedrag aan de Staat, met de mogelijkheid tot gijzeling bij niet-betaling. Hiermee zijn zowel de strafvorderlijke belangen als de belangen van verdachte geëerbiedigd.