De rechtbank Oost-Brabant heeft op 22 december 2023 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte die werd verdacht van meerdere feiten van belastingontduiking en witwassen.
De tenlastelegging betrof het feitelijk leidinggeven aan het opzettelijk niet, gedeeltelijk niet of niet tijdig betalen van loonheffing door twee besloten vennootschappen over de jaren 2017 en 2018, alsmede het medeplegen van gewoontewitwassen van grote geldbedragen die afkomstig waren uit misdrijven. De feiten vonden plaats in diverse plaatsen in Nederland en betroffen bedragen van circa 298.243 euro en 188.703 euro aan niet betaalde loonheffing, en witwasbedragen van circa 218.475 en 326.268 euro.
Verdachte en het Openbaar Ministerie sloten een procesafspraak inclusief een afdoeningsvoorstel waarbij verdachte instemde met een gevangenisstraf van 16 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. De rechtbank heeft deze strafoplegging aanvaard, rekening houdend met de ernst van de feiten, de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder de medische situatie van zijn kind, en de relatief oude feiten.
Daarnaast werd bepaald dat de inbeslaggenomen geldbedragen verbeurd worden verklaard en dat de inbeslaggenomen personenauto wordt bewaard ten behoeve van de rechthebbende. Verdachte is vrijgesproken van hetgeen meer of anders ten laste is gelegd dan bewezen verklaard.
De rechtbank concludeerde dat verdachte strafbaar is voor feitelijk leidinggeven aan het niet betalen van loonbelasting en medeplegen van witwassen, en legde de overeengekomen straf op.