ECLI:NL:RBOBR:2023:5017
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling proceskostenvergoeding in bezwaar tegen WOZ-beschikking
Eiser maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning en kreeg in de uitspraak op bezwaar een proceskostenvergoeding van €538 toegekend. Hij stelde beroep in tegen de hoogte van deze vergoeding en verzocht om verhoging naar €1.072.
De rechtbank overwoog dat het arrest van de Hoge Raad van 27 mei 2022 zich uitsluitend richt op de kosten in de beroep- en hogerberoepsfase en niet op de bezwaarfase. Het onderscheid in de proceskostenvergoeding tussen belasting- en premiezaken en overige zaken in onderdeel B2 van de bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) is niet in strijd met het discriminatieverbod van artikel 1 van Pro de Grondwet.
De rechtbank concludeerde dat het onderscheid in onderdeel B2 een andere grondslag heeft dan het arrest van de Hoge Raad en dat er geen sprake is van ongelijke behandeling van gelijke gevallen. Daarom is de toegekende vergoeding van €538 terecht en wordt het beroep ongegrond verklaard.
De gemachtigde van eiser was niet verschenen op de zitting, ondanks tijdige uitnodiging. De uitspraak is openbaar gedaan op 20 oktober 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen de hoogte van de proceskostenvergoeding in bezwaar wordt ongegrond verklaard en de vergoeding van €538 bevestigd.