Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 augustus 2023 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] (Limburg), eiseres
de heffingsambtenaar van de gemeente Land van Cuijk, de heffingsambtenaar
de Staat der Nederlanden(de minister van Justitie en Veiligheid), de Staat.
Inleiding
Feiten
Beoordeling door de rechtbank
“perceel met de daarop aanwezige opstallen en daarbij behorende bij- en aanhorigheden, zoals gelegen aan de [adres 2] , kadastraal bekend als (gemeente) Mill, [sectienummer] , ter grootte van 1.455 m2”, inhoudt. Een tweede indicatie dat de objecten niet samen zijn verkocht, is volgens de heffingsambtenaar de koopovereenkomst van 3 oktober 2011 waarbij de winkel en de bovenwoning samen door eiseres zijn gekocht voor € 1.625.000. Tot slot wijst de heffingsambtenaar op het feit dat enkele jaren geleden de winkel en de bovenwoning samen te koop zijn aangeboden voor € 800.000. Hieruit maakt de heffingsambtenaar op dat de verkoopprijs van € 400.000 uitsluitend kan zien op de winkel alleen.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart de beroepen ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding toe;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan eiseres tot een bedrag van € 300;
- veroordeelt de Staat tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan eiseres tot een bedrag van € 200;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 209,25 aan proceskosten aan eiseres;
- veroordeelt de Staat tot betaling van € 209,25 aan proceskosten aan eiseres.