ECLI:NL:RBOBR:2023:3371
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verhoging aflossingsbedrag terugvordering op basis van gewijzigde beslagvrije voetregels
Eiser en zijn echtgenote ontvangen een AOW-pensioen en een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO). Eiser moet een bedrag van €9.798,16 terugbetalen vanwege te veel ontvangen bijstand. Door gewijzigde regelgeving per 1 januari 2021 is de beslagvrije voet aangepast, waardoor de aflossingscapaciteit van eiser hoger is en de SVB het aflossingsbedrag heeft verhoogd tot €160,65 per maand.
Eiser betoogt dat hij financieel zwaar getroffen is en het hogere bedrag niet kan betalen, mede door stijgende kosten van levensonderhoud. Hij vraagt om verlaging van het aflossingsbedrag en een langere gewenningsperiode. De SVB handhaaft het bedrag en past een gefaseerde verhoging toe over drie jaar.
De rechtbank stelt vast dat de SVB bevoegd is het bedrag te verhogen volgens de nieuwe wettelijke regels en dat de coulanceregeling in de vorm van een gewenningsperiode niet buitenwettelijk is. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zijn inkomenseffect groter is dan de door de wetgever ingeschatte 6% en dat hij in een schrijnende situatie verkeert. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het aflossingsbedrag en de toegepaste gewenningsperiode.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het aflossingsbedrag van €160,65 blijft gehandhaafd na de gewenningsperiode.