Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
1.Het verloop van deze kort geding procedure
2.Inleiding en eerdere rechterlijke uitspraken
samengevatweergegeven. Voor de volledige tekst van die uitspraken en de integrale beslissing in die gerechtelijke procedures wordt verwezen naar de uitspraken zoals die door [eiser] als (ongenummerde) producties bij de kort geding dagvaarding van 30 mei 2023 zijn gevoegd. Ook wordt verwezen naar producties 1, 2 en 3 van NTT en NTT Holding zoals overgelegd op 2 juni 2023.
Vonnis in kort geding van 28 december 2022 van de kantonrechter in
arbeidsovereenkomstbestaat en hij op basis daarvan recht heeft op betaling van salaris en wedertewerkstelling. De ‘arbeidsovereenkomst’ omschrijft [eiser] als de in 2002 tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst met de per 2004 gewijzigde salarisconstructie. Slechts de parallel door NTT gecreëerde arbeidsovereenkomst met [eiser] (ingangsdatum 1 mei 2021) is op 1 augustus 2022 geëindigd (beschikking kantonrechter 25 maart 2022), aldus [eiser] . NTT heeft hiertegen verweer gevoerd door aan te voeren dat de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst per 1 augustus 2022 is ontbonden. Van een parallelle overeenkomst (of enige andere overeenkomst waaruit aanspraken zouden voortvloeien) zoals [eiser] betoogt, is geen sprake, aldus NTT.
3.De vorderingen van [eiser]
samengevatweergegeven. [7]
Juridische grondslagen van de vorderingen” als volgt omschreven:
4.Het daartegen door NTT en NTT Holding gevoerde verweer
5.De beoordeling van de vorderingen en het verweer
“ [eiser] zou graag op grond van de wet de administratie en de jaarverslagen over deze jaren van 2004-2022 opvragen als direct belanghebbende” [8] ;
“[eiser] vraagt in deze procedure omdat elke vorm van inkomen hem geheel onrechtmatig is ontzegd een voorziening voor:(…) 4) Alle reeds betaalde bedragen vanaf 2020 netto te verrekenen waarbij de werkgeverslasten en de premie ZKV voor rekening van NTT komen, zoals genoegzaam wordt aangetoond in deze procedure” [9] ;
“10) NTT te veroordelen om de gehele administratie vanaf 2020 in te laten zien en van fiscale gelieerde bedrijven” [11] ;
“11) NTT te veroordelen om de door hun bedrog gemaakte advocaatkosten van 26k aan [eiser] te vergoeden voor de eerste aanleg” [12] ;
“14) Per direct aanpassing in het UWV van de werkelijke bedragen. NTT verdeelt namelijk de transitievergoeding en de billijke vergoeding over meerdere maanden” [13] ;
“A De vraag is wat 2B Financed precies apart heeft gehouden na 20-09-2009:
herroepen, zou een inhoudelijke beoordeling kunnen plaatsvinden van de grondslag waarop de nu gevraagde voorlopige voorzieningen berusten. [eiser] meent dat er reden is voor herroeping van de hiervoor genoemde beschikking, omdat deze beslissing mede zou zijn genomen op basis van misleiding en bedrog dan wel vervalste zaken en documenten (artikel 382 sub a en Pro b van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, hierna: Rv).
enigetussen partijen geldende arbeidsovereenkomst met ingang van 1 augustus 2022 is ontbonden, en dus is geëindigd. Desondanks is [eiser] deze kort geding procedure gestart op grotendeels dezelfde gronden als eerder zijn aangevoerd in onder andere de WWZ-procedure, waarvan op 28 december 2022 uitspraak is gedaan door de kantonrechter te ’s-Hertogenbosch. Duidelijk is dat vrijwel alles wat in deze kort geding procedure door [eiser] is aangevoerd tussen partijen al onderwerp van (uitvoerig) debat is geweest en bovendien onderwerp van rechterlijke beslissingen is geweest die inmiddels onherroepelijk zijn geworden. Voor zover er sprake is van een omstandigheid die nog niet eerder aan orde is geweest, is deze omstandigheid (voor zover al begrijpelijk) volstrekt onvoldoende onderbouwd of anderszins aannemelijk gemaakt dan wel is onvoldoende toegelicht wat de relevantie daarvan is voor een voorgenomen beroep tot herroeping. Gelet op dit alles is een veroordeling in de werkelijke proceskosten toewijsbaar.