Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[veroordeelde] ,
Onderzoek van de zaak:
Het verloop van de procedure.
Ontvankelijkheid van de officier van justitie in de vordering.
De beoordeling.
- Er was niet enkel sprake van illegale activiteiten binnen de bedrijven. De omzet die behaald is vanuit paardenvlees bedroeg slechts 0,5% van de totale omzet.
- Van de winst van de bedrijven moet de door deze bedrijven in 2011 en 2012 betaalde vennootschapsbelasting te worden afgetrokken.
- Er is een grote hoeveelheid vlees vernietigd na afwikkeling van de gerechtelijke procedures. Dat moet van het wederrechtelijk verkregen voordeel te worden onttrokken.
- De door veroordeelde en zijn echtgenote [naam echtgenote] aantoonbaar betaalde inkomstenbelasting dient in mindering gebracht te worden.
- Een deel van het door veroordeelde en zijn echtgenote [naam echtgenote] genoten brutoloon is toe te rekenen aan legale activiteiten.
- Het door veroordeelde te betalen bedrag dient te worden gematigd, omdat de redelijke termijn is overschreden en vanwege het ontbreken van draagkracht bij veroordeelde.
- De onherroepelijk aan derden toegewezen vorderingen waartoe veroordeelde civielrechtelijk is veroordeeld - waaronder veroordeling tot betaling van het tekort in een faillissement – moeten in mindering worden gebracht op het wederrechtelijk verkregen voordeel.
- De aantoonbaar door de veroordeelde betaalde inkomstenbelasting en door de bedrijven betaalde vennootschapsbelasting kunnen in mindering worden gebracht op het wederrechtelijk verkregen voordeel.
- In verband met de overschrijding van de redelijke termijn, moet een korting van € 17.500,00 worden toegepast.
52.103 + 101.256 +
Totale winst Bedrijven [veroordeelde] € 674.218,00.
- 10% van de door de vennootschappen in 2011 en 2012 betaalde (vennootschaps)belasting, derhalve 10% van € 96.925,00 (2011) en 10% van € 51.219,00 (2012) en
- 10% van de door veroordeelde aantoonbaar betaalde inkomstenbelasting, derhalve 10% van € 93.574,00 (2011) en 10% van € 55.607,00 (2012).
€ 94.343,20.
€ 84.908,88.
Toepasselijke wetsartikelen
De rechtbank:
€ 84.908,88 (vierentachtig duizend negenhonderd en achten euro en achtentachtig eurocent)ter ontneming van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel, dat hij, door middel van of uit de baten van de feiten ter zake waarvan hij is veroordeeld, heeft verkregen.