Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 december 2022 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
de minister van Justitie en Veiligheid (de minister)
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
- de inschrijving van eiser als tolk in het Rbtv per 1 juli 2020 in de talencombinaties Nederlands - Arabisch (Irakees), Nederlands - Arabisch (PalestijnsJordaans) en
Nederlands - Arabisch (Syrisch-Libanees) doorgehaald (de doorhaling);
- besloten dat verzoeker vijf jaren, dat wil zeggen tot en met 1 juli 2025, geen nieuw verzoek tot inschrijving als tolk en/of vertaler in het Rbtv kan indienen (het inschrijvingsverbod).
Daarnaast heeft de minister in de Staatscourant van 1 juli 2020 (nr. 34424) mededeling gedaan van de doorhaling (de bekendmaking).
Eiser kan daardoor niet meer als tolk worden ingeschakeld door een aantal instanties, waaronder de tot rechterlijke macht behorende gerechten, de Immigratie- en Naturalisatiedienst en de Koninklijke Marechaussee.
- over de periode van 2017-2019 onverschuldigde annuleringsvergoedingen heeft ontvangen zonder deze terug te storten, voor een bedrag van in totaal € 45.000,00
(gedraging 1);
- niet-bestaande tolkopdrachten heeft aangemaakt, deze vervolgens heeft geaccepteerd en daarna weer heeft geannuleerd (gedraging 2).
De klachtencommissie heeft onderzoek gedaan naar de klachten (het onderzoek) en aan de hand daarvan op 23 maart 2020 advies aan de minister uitgebracht (het advies).
De klachtencommissie heeft de minister geadviseerd de inschrijvingen van eiser in het Rbtv door te halen en hem een inschrijvingsverbod van 10 jaar op te leggen.
- Eiser heeft over de periode 2017-2019 annuleringsvergoedingen ontvangen. Hij heeft de ontvangst ook niet betwist, maar alleen dat de betalingen hem door drukte zijn ontgaan.
- Met verschillende devices (laptop en telefoons) is ingelogd op het klantaccount van de Raad, waarbij de inlog veelal was te herleiden tot het IP-adres van eiser;
- Met de verschillende devices waarmee ingelogd is op het klantaccount van de Raad, is door eiser eerder ingelogd op zijn tolkaccount
.De klachtencommissie acht op grond hiervan bewezen dat eiser met:
- een klantaccount van de Raad (onbevoegd) heeft ingelogd om daar tolkopdrachten aan te maken en te accepteren met het tolkaccount, om deze
- de volgende ochtend te annuleren met het klantaccount van de Raad en
de annulering te accepteren met het tolkaccount van eiser.
Volgens de klachtencommissie logt eiser met verschillende devices in (laptop, verschillende type smartphones), maar veelal vanaf hetzelfde IP-adres.
.
.Hij is door de publicatie benadeeld, omdat hij reputatieschade en financiële schade heeft geleden. Eiser vindt dat de minister de publicatie moet rectificeren, althans tot wijziging daarvan moet overgaan.
De rechtbank ontkent niet dat de minister, nu de doorhaling van de naam van eiser gerechtvaardigd is, de wettelijke verplichting heeft om tot publicatie over te gaan. De minister moet echter het belang van publicatie in de Staatscourant van de volledige naam van eiser afwegen tegen de gevolgen die dat voor eiser kan hebben. Deze afweging heeft de minister bij het bestreden besluit niet gemaakt, zodat het bestreden besluit in zoverre niet deugdelijk is gemotiveerd. Deze afweging moet de minister bij een nieuw besluit op het bezwaar van eiser alsnog maken. Het is aan de minister om op basis van deze afweging te bepalen of, en zo ja, in welke vorm de minister bij de publicatie wil blijven.
Conclusie en gevolgen
.
- € 1.518,00 voor de kosten in beroep (1 punt voor het beroepschrift en 1 punt voor de zitting, met een waarde per punt van € 759,00 en een wegingsfactor 1).
De deskundigenkosten komen voor vergoeding in aanmerking, omdat het inroepen van de deskundige redelijk was en de deskundigenkosten zelf redelijk zijn. De rechtbank verwijst daarvoor naar vaste rechtspraak van de Afdeling, die onder meer blijkt uit haar uitspraak van 7 februari 2018. [4] De reactie van de minister leidt niet tot een andere beslissing. De hoogte van de deskundigenkosten corresponderen met de overgelegde factuur van de deskundige. Dat er meerdere versies van het rapport aan het definitieve rapport vooraf zijn gegaan en de minister alleen de vertaalde versie ter beschikking is gesteld, is volgens de hiervoor weergegeven rechtspraak geen reden om het inroepen van de deskundigen en de hoogte van de kosten niet redelijk te achten.
De vertalingskosten die zijn gemaakt in verband met het opstellen van het rapport komen op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht niet voor vergoeding in aanmerking.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit, voor zover de minister bij de inschrijvingsverbod en de publicatie is gebleven;
- draagt de minister op om binnen 12 weken na de datum van verzending van deze uitspraak met inachtneming daarvan een nieuw besluit op het bezwaar van eiser te nemen, voor zover het bestreden besluit is vernietigd;
- bepaalt dat het college het betaalde griffierecht van € 178,00 aan eiser moet vergoeden;
- veroordeelt het college tot betaling van € 3.154, 25 aan proceskosten aan eiser.
mr.H.J. van der Meiden, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
9 december 2022.