Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 27 januari 2022 in de zaak tussen
[eiseres] , te [vestigingsplaats] , eiseres
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking Oost-Brabant, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
die in de beroepsfase is overgelegd. Verweerder verwijst ter onderbouwing van de bij de bestreden uitspraak vastgestelde waarde (€ 503.000) naar de getaxeerde waarde (€ 618.000), zoals opgenomen in het taxatierapport dat op 16 juli 2021 is opgemaakt door taxateur [naam 1] , en gecontroleerd door taxateur [naam 1]
Het gebruik en de staat van onderhoud van een object zijn onderdelen die van invloed zijn op de resterende levensduur en de restwaarde. Voor onderhoud wordt er onderscheid gemaakt of er sprake is van ondergemiddeld, gemiddeld of bovengemiddeld onderhoud ten opzichte van vergelijkbare objecten. Aan de hand van de bepaling binnen welke categorie het onderhoud van een object valt, vertaalt dit zich in de mate waarmee de levensduur kan worden verlengd zodra de verwachte levensduur verstrijkt. Onderstaande tabel geeft dit weer”:
Gelet op het laatstgenoemde arrest rust in een geval als het onderhavige, waarin partijen het erover eens zijn dat de Taxatiewijzer als uitgangspunt wordt genomen, de bewijslast op de heffingsambtenaar om de feiten en omstandigheden aannemelijk te maken waaruit volgt dat aanleiding bestaat voor een aanpassing van de op basis van de Taxatiewijzer gekozen uitgangspunten voor de technische afschrijving, te weten een verlenging van de geschatte levensduur van objectonderdelen en (daarmee) van het aantal gebruiksjaren waarin de conform de Taxatiewijzer geschatte restwaarden worden bereikt. De heffingsambtenaar heeft immers een verlenging toegepast van de aanvankelijk door hem op basis van de Taxatiewijzer geschatte levensduur, die bovendien buiten de in de Taxatiewijzer vermelde bandbreedte ligt. (…).”
811 m² x € 332 x 0,20 (rw) = € 53.850
811 m² x € 221 x 0,15 (rw) = € 26.884
Dit is dus een totale waarde van € 192.854. Dit dient nog gecorrigeerd te worden met een functionele correctie van (niet tussen partijen in geschil) 7,85%, dus € 192.854 x 0,9215 =
29. Verweerder heeft in beroep aangegeven dat ten onrechte een te lage vergoeding is toegekend voor de taxatierapporten die in bezwaar zijn ingebracht in beide zaken. De vergoeding van de taxatiekosten moet worden aangevuld met € 808. Ter zitting is komen vast te staan dat eiseres zich kan verenigen met het standpunt van verweerder. Dit betekent dat de hoogte van de proceskostenvergoeding in bezwaar in totaal € 1863 bedraagt. Omdat verweerder reeds in totaal € 1055 heeft vergoed resteert daarmee voor verweerder nog een te betalen bedrag van € 808. Ook zijn partijen het ter zitting eens geworden dat de taxatiekosten exclusief BTW zijn, omdat eiseres de BTW in vooraftrek kan brengen.
30. Het beroep met zaaknummer SHE 21/106 ( [adres] ) voor zover het betrekking heeft op de proceskostenvergoeding in bezwaar is gegrond en het beroep met zaaknummer SHE 21/107 ( [adres] ) is gegrond. De bestreden uitspraak wordt vernietigd voor zover daarbij aan eiseres een proceskostenvergoeding is toegekend tot een bedrag van € 1055. De rechtbank ziet aanleiding zelf in de zaak te voorzien. De rechtbank stelt de hoogte van de proceskosten in bezwaar op de voet van de artikelen 8:75 in samenhang met 7:15, tweede lid, van de Awb alsnog vast overeenkomstig met wat partijen daarover eenstemmig op de zitting hebben verklaard, te weten € 1863. Dit betekent dat verweerder alsnog een bedrag van (€ 1863 – € 1055 =) € 808 aan eiseres dient te vergoeden.
€ 708) vergoedt.
Beslissing
- verklaart het beroep met zaaknummer SHE 21/106 ( [adres] ) gegrond voor zover het betrekking heeft op de proceskostenvergoeding in bezwaar;
- verklaart het beroep met zaaknummer SHE 21/106 voor het overige ongegrond;
- verklaart het beroep met zaaknummer SHE 21/107 ( [adres] ) gegrond;
- vernietigt de bestreden uitspraak voor zover daarbij aan eiseres een proceskostenvergoeding in bezwaar is toegekend van € 1055;
- stelt de hoogte van de proceskostenvergoeding in bezwaar vast op € 1863;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van de bestreden uitspraak op bezwaar;