ECLI:NL:RBOBR:2022:2016
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over onvoldoende zorgvuldig UWV-onderzoek arbeidsongeschiktheid
Eiseres, voormalig directiesecretaresse, ontving een WIA-uitkering wegens volledige arbeidsongeschiktheid. Na een verzoek tot herbeoordeling door haar ex-werkgever stelde het UWV dat zij slechts voor 43,87% arbeidsongeschikt was, gebaseerd op drie voorbeeldfuncties die zij zou kunnen uitvoeren. Eiseres betwistte dit en leverde medische rapporten aan ter onderbouwing van haar volledige arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank stelde vast dat het UWV de medische informatie wel had meegewogen en dat eiseres digitaal was gehoord. Echter, het UWV had geen lichamelijk onderzoek verricht, wat volgens de rechtbank een zorgvuldigheidsgebrek oplevert. De motivering van het UWV waarom geen lichamelijk onderzoek nodig was, werd onvoldoende geacht.
Op grond van artikel 8:51a Awb gaf de rechtbank het UWV de mogelijkheid om het gebrek te herstellen door alsnog een lichamelijk onderzoek te verrichten binnen tien weken. De rechtbank houdt de verdere beslissing aan tot de einduitspraak en stelt dat hoger beroep tegen deze tussenuitspraak nog niet mogelijk is.
Uitkomst: Het UWV krijgt de gelegenheid om het gebrek in het besluit te herstellen door alsnog een lichamelijk onderzoek te verrichten.