ECLI:NL:RBOBR:2022:1520
Rechtbank Oost-Brabant
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na uitspreken einduitspraak
Verzoeker diende namens zichzelf en acht rechtspersonen een klaagschrift in dat door de rechter werd behandeld op 4 maart 2022. Tijdens de zitting lichtte de raadsman en verzoeker het klaagschrift toe, waarna de officier van justitie zijn standpunt gaf en verzocht om niet-ontvankelijkheid van de klagers.
De rechter kondigde aan eerst een beslissing over de ontvankelijkheid te nemen en begon deze te motiveren. Tijdens deze motivering onderbrak verzoeker de rechter met een wrakingsverzoek wegens vermeende partijdigheid. De rechter verklaarde het verzoek direct niet-ontvankelijk.
De wrakingskamer oordeelde dat het wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk was omdat het werd ingediend nadat de rechter was begonnen met het uitspreken van haar einduitspraak. De wet en het wrakingsprotocol bieden geen mogelijkheid tot wraking nadat de einduitspraak is gedaan of tijdens het uitspreken daarvan.
Het verzoek was te laat en kon daarom niet worden behandeld. Er was geen reden voor een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek, aangezien het recht daarop alleen geldt voor het debat over de gegrondheid van het verzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat is ingediend tijdens het uitspreken van de einduitspraak.