Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
beslissing van 18 februari 2019
[verzoeker] ,
verzoeker,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak diende verzoeker een wrakingsverzoek in tegen de raadsheren van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden, nadat de voorzitter was begonnen met het voorlezen van het arrest in een hoger beroep strafzaak. Verzoeker wilde de raadsheren vervangen wegens vermeende vooringenomenheid.
Het verzoek kwam nadat het onderzoek was gesloten en de uitspraak gepland stond. Tijdens de zitting van 11 februari 2019, bij het uitspreken van het arrest, probeerde verzoeker de voorzitter te onderbreken om het wrakingsverzoek in te dienen, maar dit werd niet toegestaan. De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek kennelijk ongegrond was omdat het doel, vervanging van de raadsheren, niet meer bereikt kon worden nu de zaak met de uitspraak was geëindigd.
De wrakingskamer besloot het verzoek af te wijzen zonder verzoeker ter zitting te horen. Verzoeker had ook gevraagd de uitspraak van 11 februari 2019 te vernietigen, maar de wrakingskamer heeft die bevoegdheid niet; daarvoor is het rechtsmiddel van cassatie bij de Hoge Raad beschikbaar. De beslissing werd op 18 februari 2019 openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Wrakingsverzoek afgewezen omdat het verzoek te laat kwam na aanvang voorlezen einduitspraak en de zaak reeds was geëindigd.