ECLI:NL:RBOBR:2022:1114
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde winkelpand met discussie over kapitalisatiefactor
Eiser betwist de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van een winkelpand per 1 januari 2019, waarbij het geschil zich concentreert op de gehanteerde kapitalisatiefactor binnen de huurwaardekapitalisatiemethode (HWK-methode).
De rechtbank stelt vast dat de heffingsambtenaar de waarde heeft onderbouwd met een taxatierapport en een waardematrix, waarin verkoop- en huurprijzen van vergelijkingsobjecten zijn opgenomen. Eiser voert aan dat de verkoopprijzen van deze objecten niet bruikbaar zijn omdat zij in verhuurde staat zijn verkocht, wat volgens de Hoge Raad niet zonder meer mag worden meegenomen zonder correctie.
De rechtbank volgt eiser deels en oordeelt dat de heffingsambtenaar onvoldoende heeft toegelicht hoe met de verhuurde staat rekening is gehouden. Echter, de heffingsambtenaar heeft aanvullend een bottom-up methode toegepast waarmee de kapitalisatiefactor aannemelijk is gemaakt. Eiser heeft zijn lagere waarde niet met toetsbare gegevens onderbouwd.
Daarom wordt de vastgestelde WOZ-waarde van €318.000 bevestigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €318.000 wordt ongegrond verklaard.