Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Dexia Nederland B.V.,
Rechtbank Oost-Brabant
De zaak betreft een civiel geschil tussen eiser en Dexia Nederland B.V. over een effectenleaseovereenkomst. Eiser stelde dat Dexia onrechtmatig handelde door haar zorgplichten, waaronder onderzoek- en waarschuwingsplicht, te schenden.
De kantonrechter kwam terug op een voorlopig oordeel dat het door de tussenpersoon aan Dexia sturen van de overeenkomst als doorgeven van een order kon worden beschouwd. Uit het arrest van het Hof Arnhem-Leeuwarden bleek dat Dexia de inhoud en het initiatief van de overeenkomst bepaalde, waardoor de tussenpersoon slechts een ondersteunende rol vervulde en niet als orderremisier kon worden aangemerkt.
Ten aanzien van de zorgplichten concludeerde de rechter dat eiser onvoldoende had onderbouwd dat Dexia haar onderzoeksplicht had geschonden. Wel stond vast dat Dexia haar waarschuwingsplicht niet was nagekomen, wat onrechtmatig was jegens eiser. Dexia had reeds een bedrag van €830,56 terugbetaald, waardoor zij verder niets meer verschuldigd was.
De overige vorderingen, waaronder terugbetaling van andere bedragen en buitengerechtelijke kosten, werden afgewezen. Eiser werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis werd uitgesproken door kantonrechter Verhappen op 21 oktober 2021.
Uitkomst: Dexia handelde onrechtmatig door niet-naleving van de waarschuwingsplicht en moet tweederde van de restschuld dragen, overige vorderingen worden afgewezen.