ECLI:NL:RBOBR:2021:5448
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R. Hebbink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Tozo-uitkering wegens niet-activiteit als zelfstandige op 17 maart 2020
Eiser, een zelfstandige ondernemer, verzocht om een uitkering op grond van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (Tozo) vanwege financiële problemen door de coronacrisis. Zijn aanvragen voor levensonderhoud en bedrijfskapitaal werden door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vught afgewezen omdat hij op 17 maart 2020 nog niet als zelfstandige actief was, ondanks dat hij toen wel was ingeschreven bij de Kamer van Koophandel.
De rechtbank overweegt dat de Tozo bedoeld is voor zelfstandigen die op 17 maart 2020 daadwerkelijk als zelfstandige werkzaam waren en financieel zijn geraakt door de coronacrisis. Hoewel eiser stelde dat hij al bezig was met het opstarten van zijn onderneming, was hij pas vanaf 1 juli 2020 economisch actief. Voorbereidende werkzaamheden gelden niet als zelfstandige activiteit. Daarom voldoet hij niet aan de voorwaarde van de Tozo.
De rechtbank concludeert dat de afwijzing van de Tozo-aanvragen terecht is en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat eiser op 17 maart 2020 niet als zelfstandige actief was en daardoor geen recht heeft op Tozo-uitkering.